Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

‘Wie je tegenspreekt, verneder je. Of doe je pijn’

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Hij ging naar de Blinde Ziener.

“Blinde Ziener. Hoe doet men het?”

De Blinde Ziener begreep hem niet en antwoordde: “Met pijn kan je sturen. Met vernederingen hou je de macht. Macht is de kortste weg naar een verandering. Daarom zijn dictators dol op macht. Je hoeft geen rekenschap af te leggen. Wie je tegenspreekt, verneder je. Of doe je pijn. In tijden van vrijheid is macht het onzichtbare contragewicht op een balans die niet bestaat.”

“Aha… Ik begrijp het.”

Hij bedankte de Blinde Ziener en trok de wereld in.

En verdomd. Hij kreeg macht. Net als van geld wilde hij er veel van.

Het lukte hem te doen wat hij wilde. En hij wilde steeds meer.

“Ben jij koning Midas?” vroegen de mensen hem.

“Ik lijk op hem,” antwoordde hij trots.

“Hoe doe je dat toch?” vroeg men.

“Dat zeg ik niet. Ga maar naar de Blinde Ziener.’’

Maar niemand wist waar je die Blinde Ziener moest zoeken.

De Blinde Ziener zelf schudde zijn hoofd.

“Het waren geen adviezen, het waren waarschuwingen!”

Op dat moment werd er op de deur geklopt. Het was Grootkol.

“Blinde Ziener, wat heb je tegen hem gezegd? Het loopt namelijk uit de hand. Hij schreeuwt en tiert, slaat en scheldt. Zijn huwelijk is gesloopt en er zijn nog meer rottigheden.” Grootkol was boos.

“Ik heb hem gewaarschuwd. Dat is alles. Hij moet het allemaal zelf weten,” zei de Blinde Ziener.

“Maar iedereen denkt nu dat het normaal is, zoals hij doet.”

“Ik zie niks, maar ik zie wel. Ik zie heulers en zwijgers. Ik zie verraderlijke adjudanten en fouten. Ik zie zo veel fouten. Maar het meeste zie ik slachtoffers.”

“Maar wat doen we eraan?” vroeg Grootkol.

“Moeten we er dan wat aan doen?”

“Dat wordt van ons verwacht. Iedereen zegt: er moet wat aan gedaan worden. Nou, je weet, dan gebeurt er niets. Dus wij moeten wel wat doen.”

De Blinde Ziener staarde in het niets.

Er biggelde een traan uit zijn linkeroog.

Hij haalde even zijn schouders op.

“Ik zie een rustige verdwijning. Een duw door de tijd. Een jammer maar niets aan te doen.”

“Dus…”

“Dus wij hoeven geen actie te ondernemen,” zei de Blinde Ziener.

Grootkol was teleurgesteld.

“Moeten we hem niet straffen?”

“Is al gebeurd.”

“Opsluiten in een grot?”

“Hij zit al vast in zichzelf.”

“Z’n mond dichtplakken? Hij kent geen spijt. Alleen gedwongen.”

De Blinde Ziener schudde zijn hoofd.

“Macht straft. Zichzelf.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden