Column Artikel RozeBeeld Artur Krynicki

Wie echt eeuwigdurende rust wil, moet tegenwoordig naar Almere

PlusPatrick Meershoek

Van verschillende zijden wordt nu bij de gemeente aangedrongen op de terugkeer van de eeuwigdurende grafrust. Het verzoek komt niet van de doden - die maken zich doorgaans nergens meer druk over. Het zijn de levenden die zekerheid willen over de lengte van de lange slaap, en dan met name de gelovige levenden die door traditie of voorschrift hechten aan een laatste rustplaats zonder wekker.

In Amsterdam kan dat niet meer. De stad is voortdurend in beweging en ontwikkeling. Het huidige voetbalveld is over honderd jaar wellicht een woonwijk, en de huidige begraafplaats mogelijk een staatskwekerij van eersteklas marihuana. Eeuwigdurende grafrust is een belofte die het stadsbestuur niet langer kan waarmaken. This city never sleeps, ook niet onder de groene zoden.

Dat wil niet zeggen dat de doden naar buiten worden gekeken als de laatste bezoekers van een verder lege kroeg. Op de begraafplaatsen van de gemeente gaan de klanten voor twintig tot maximaal vijftig jaar de grond in. Als daarna niemand voor verlenging betaalt, wordt het graf geruimd. Op Zorgvlied kan voor honderd jaar worden ingetekend, maar dat is dan weer Amstelveens grondgebied.

Wie echt eeuwigdurende rust wil, moet tegenwoordig naar Almere. Dat was nog niet zo lang geleden een plek waar veel Amsterdammers nog niet dood gevonden wilden worden, maar sinds er eerder dit jaar een begraafplaats de eeuwigdurende grafrust op de menukaart heeft gezet, is de stad plots een gewilde funeraire eindbestemming. Intens leven in Amsterdam, eindeloos dood in Almere: daar moeten de dames en heren citymarketeers van beide steden wel iets mee kunnen.

Voor het eindeloze verblijf aan de oever van het IJmeer moet trouwens wel diep in de buidel worden getast. Een ligplaats kost daar 8000 euro, en dat is ongeveer het dubbele van wat de overledene in de hoofdstad kwijt is voor een verblijf onder de grond van twintig jaar. Het leven is misschien stervensduur in Amsterdam, maar eenmaal dood lig je hier voor een dubbeltje op de eerste rang.

Met de trek van de overledenen naar buiten lijkt de geschiedenis zich te herhalen. Toen het in 1869 bij wet verboden werd om de welgestelden in de kerken te begraven, trok de elite horizontaal de stad uit om ter aarde te worden besteld in het lommerrijke groen waar ook hun buitenhuizen stonden. Wie zich niet anders kon veroorloven, was aangewezen op een van de overvolle begraafplaatsen in de stad.

Enkele van deze dodenakkers zijn in de loop van de tijd opgeruimd, inclusief de resten van tienduizenden Amsterdammers. Dat klinkt morbide, maar het heeft ook wel iets moois om postuum onderdeel te zijn van de verandering van de stad in plaats van daar maar te liggen onder de zwarte marmeren vloer van de kerk, op elkaar gestapeld als koude kroketten in de automatiek van de eeuwige rust. 

Reageren? patrick@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden