Opinie

‘Wie alles bij het oude wil houden, kiest voor stagnatie’

John Jansen van Galen, inwoner van Noord, betoogt in deze lezersbrief dat de uitdaging in Noord is om oude en nieuwe bewoners soepel te laten samenwonen. ‘En ja, dat moet van twee kanten komen, wat om de drommel nog niet meevalt, zoals Hutak en ik kunnen weten uit die ‘denktank sociale cohesie’.’

Over het IJ Festival. Beeld Moon Saris

Verdedig Noord, houdt Massih Hutak ons voor in zijn gelijknamige voorstelling op het Over het IJ Festival. Het is een theatraal protest tegen de ‘gentrificatie’ van de buurt, grofweg: de opmars van bakfietsen en elektrische auto’s, van jonge echtparen die ’s morgens vroeg uitrukken om elders veel te verdienen. Volgens Hutak tast dat ‘honderd procent het karakter van de buurt aan’. En moet men zich alvorens gentrificatie toe te laten, eerst ‘verplaatsen in de oude bewoners’.

Akkoord, maar wie zijn dat? De nieuwbouwwijken van Noord verrezen een halve eeuw geleden in hoog tempo. Er kwamen, net als in de rest van Amsterdam-Noord, arbeiders van de werven en de fabrieken wonen.

Velen van hen verhuisden later naar huizen met een tuintje in Purmerend of ­Almere. De stad werd hen te druk, te vies en te onveilig, en ze zagen om zich heen nieuwe bewoners komen, veelal ­immigranten uit Marokko, Turkije, Suriname en de Antillen. Als men zich toen in de oude bewoners had verplaatst, was dat vermoedelijk niet gebeurd, want van zulke lui moesten ze, geloof ik, niet veel hebben.

Hutak groeide op in het zogenaamde ‘Plan van Gool’. Daar waren aanvankelijk, vanwege het baanbrekend ­karakter van de wijk, veel jonge, ­ondernemende gezinnen komen ­wonen, maar ook die trokken op den duur weg, en ook daar kwam ruimte voor immigranten, zoals de familie van Hutak, uit Afghanistan. En na een tijdje waren zij weer de nieuwe ‘oude bewoners’.

Toen zo’n tien jaar geleden in de Banne de naargeestige hoogbouwflats aan de Schepenlaan (modelletje Oost-Duitsland, met kleurige wapenschilden op de kopse kant die de naargeestigheid nog benadrukten) afgebroken werden, vroeg ik toen­malig stadsdeelvoorzitter Rob Post of daartegen niet veel protest van bewoners was gerezen. “Er woonde daar bijna niemand die er al langer dan twee jaar zat,” antwoordde hij. De stad is vluchtig. Nu staan daar laagbouwflats en eengezinswoningen.

Je ziet er weleens een bakfiets.

Taakstraffen

Na de moord op Theo van Gogh werden in alle stadswijken ‘denktanks sociale cohesie’ gevormd, waarin prominente buurtbewoners nadachten over hoe het contact tussen de ­bewoners bevorderd kon worden. Daarin ontmoette ik Hutak. 

In Noord was onze eerste voorzitter ‘stand-upfilosoof’ René Gude, die echter spoedig voorstelde dat hij plaats zou maken voor Hutak, 18 jaar toen. Die deinsde daar nog voor terug, om spoedig daarna zijn vleugels over de wereld uit te slaan en onder veel meer columnist van Het Parool te worden.

Niet elke jongen uit de Banne kan zoals Hutak de wereld veroveren, hij is wat je noemt een rolmodel. In het winkelcentrum lopen veel jongens rond die het niet ‘gemaakt’ hebben en het vermoedelijk ook niet zullen maken. De omliggende straten worden schoongehouden door groepen taakgestraften in oranje overalls. Het ziet er vaak weinig bemoedigend uit.

Maar wie verandering beschouwt als ‘100 procent aantasting’ en zich daarbij beroept op ‘de oude bewoners’, kiest voor sociale stagnatie. Menging is goed voor een wijk en daar heb je nieuwe bewoners voor nodig.

PVV’er

Je hoort wel zeggen dat zulke nieuwkomers, druk en dubbel verdienend, zich nooit met de buurt ­bemoeien en daardoor de sociale ­cohesie ondergraven. Die bakfiets is in Hutaks voorstelling een terug­kerend symbool van het verval van Noord.

Maar eerlijk gezegd: de mensen die er al woonden, bemoeiden zich ook nauwelijks met de buurt, ­alleen met elkaar: jij in jouw klein hoekje, ik in ’t mijn. Graag hielpen ze familie of buren van dezelfde herkomst, maar andere buren niet of nauwelijks. Je ziet zelden Surinamers lachen met Turken. En bakfiets­ouders geven soms met huns gelijken een feestje op straat zonder de oude bewoners uit te nodigen. Daar krijgen die natuurlijk de schurft over in.

“Ik voel mij haast PVV’er,” zegt Hutak in de voorstelling en daar heeft hij gelijk in: weg met die lui, lijkt zijn boodschap te luiden. Maar de uitdaging is niet nieuwkomers in koophuizen uit de buurt te weren, maar oude en nieuwe bewoners een beetje soepel samen te laten wonen. En ja, dat moet van twee kanten komen, wat om de drommel nog niet meevalt, zoals Hutak en ik kunnen weten uit die ‘denktank sociale cohesie’.

John Jansen van Galen, journalist en publicist (en inwoner van Noord).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden