Opinie

Wethouder Ivens: ‘Woningmarkt faalt door gebrek aan sturing’

Wethouder Laurens Ivens (SP) reageert op het opiniestuk over het woonbeleid, geschreven door twee VVD’ers. ‘De tijd van toekijken en afwachten moet afgelopen zijn.’

Ondanks de nieuwbouw­woede van de laatste tijd zijn de huizen­prijzen blijven stijgen. Beeld Linda Jansen

Zaterdag hielden Marianne Poot en Hala Naoum Nehmé van de VVD een ouderwets pleidooi voor meer marktwerking om wonen betaalbaar te maken. In hun artikel staan storende feitelijke onjuistheden. Zo is de ­objectieve prognose voor de behoefte aan sociale huur in 2025 niet 28 procent maar 49 procent. En het uitgangspunt voor nieuwbouwwijken is 40 procent sociale huur, 40 procent middelduur en 20 procent vrije sector, niet 60-40-0 zoals de VVD’ers schrijven. Maar los daarvan snijdt de VVD vooral een ideologische discussie aan.

Moet je de markt maar zijn gang laten gaan en stilletjes hopen dat de prijzen vanzelf zullen dalen als je meer huizen bouwt? Of is er meer aan de hand en is er dus ook meer actie nodig om ervoor te zorgen dat Amsterdam een gemengde stad blijft waar het niet uit mag maken hoe dik je portemonnee is?

Er worden momenteel recordaantallen huizen gebouwd in Amsterdam. Volgens de ideologie van de VVD zouden de huizenprijzen als gevolg daarvan omlaag moeten gaan. Niets is minder waar. Waar in Amsterdam tussen 2011 en 2018 het segment marktwoningen door nieuwbouw en liberalisaties met zo’n 55.000 is toegenomen, zijn de prijzen van die marktwoningen tot recordhoogtes gestegen. 

Net als de bouwproductie van dit moment is ook de huidige prijzengekte historisch. In plaats van dat de huizenprijzen door de nieuwbouw zijn gedaald, is de crisis op de woningmarkt verergerd.

Cruciale paradox

De analyse volgens het marktdenken klopt dus niet. Dat komt doordat de huizenprijzen vooral worden bepaald door de financieringsmogelijkheden en veel minder door het koopwoning­aanbod. Op zich mag dit geen verrassing zijn, want al in 2013 concludeerde het parlementair onderzoek naar de huizenprijzen dat ‘vooral de financieringsruimte de prijs opdreef, aanbod speelde nauwelijks een rol’. 

Dat onderzoek werd uitgevoerd naar aanleiding van de enorme prijsstijgingen voor de crisis, toen vooral de leencapaciteit erg ruim was door de soepele hypotheekregels. Die regels zijn intussen aangescherpt, maar de financieringsruimte is evengoed flink gegroeid wegens de lage (hypotheek)rente en de toevloed op de woningmarkt van kapitaal op zoek naar aantrekkelijke rendementen.

Toekijken en afwachten

De econoom Josh Ryan-Collins van University College London geeft in zijn recente boek Why you can’t afford a home aan dat er een cruciale paradox is in het hart van het moderne kapitalisme. De interactie tussen particulier huizenbezit en een licht gereguleerd commercieel bankensysteem werkt volgens Ryan-Collins niet goed. Er is vrijwel ongelimiteerd geld met als gevolg dat de huizenprijzen stijgen, de ongelijkheid toeneemt en financiële instabiliteit op de loer ligt. Ryan-Collins pleit daarom voor radicale hervormingen.

De tijd van toekijken en afwachten tot de markt de woningcrisis oplost, moet nu toch echt voorbij zijn. In Amsterdam redt al twee derde van de woningzoekenden zich niet meer op de woningmarkt simpelweg omdat de woningen te duur zijn geworden. Deze mensen zijn aangewezen op een sociale of middeldure huurwoning. Blijven geloven dat de mores van de vrije markt het wel zullen oplossen, is geen optie. Het roer moet radicaal om. Daarom heeft Amsterdam maatregelen nodig die wonen wel betaalbaar kunnen houden:

- prijsregulering voor meer huizen dan alleen de corporatiewoningen zodat meer woningen toegankelijk zijn voor mensen met een gemiddeld inkomen. Dit is nodig voor woningen waarbij middenhuur niet al via bijvoorbeeld de erfpachtregels of het bestemmingsplan gegarandeerd is, zodat nieuwe investeringen er niet onder lijden;

- een zelfbewoningsplicht voor koopwoningen om te voorkomen dat eigenaar-bewoners moeten concurreren met beleggers. Amsterdam regelt dit zelf voor de nieuwbouw. Een wetswijziging is nodig om dit ook voor bestaande bouw te kunnen doen;

- een sterke corporatiesector met voldoende investeringsmogelijkheden voor woningen voor iedereen die zich niet op de woningmarkt kan redden.

Betekent dat dat we niet hoeven doorgaan met bouwen? Integendeel, er zijn nog altijd meer mensen op zoek naar een huis dan er huizen zijn. Maar willen we serieus wat doen aan de belachelijk hoge woningprijzen, dan wordt het tijd dat we anders gaan denken over hoe de woningmarkt werkt, we afscheid nemen van het geloof in de vrije markt en de maatregelen nemen die wél werken om huizen betaalbaar te houden.

Laurens Ivens, wethouder Wonen, Bouwen, Openbare ruimte, Groen, reiniging en dierenwelzijn. Beeld Eva Plevier
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden