Paul Vugts. Beeld Artur Krynicki
Paul Vugts.Beeld Artur Krynicki

Werf agentes met hoofddoek of zwijg

PlusPaul Vugts

Mijn eerste botsing met een politievoorlichter draaide om een rapportje over de ‘diversiteit’ van het Amsterdamse korps. Beter: over het gebrek aan letterlijke en figuurlijke veelkleurigheid van de agenten. De politie wist met veel moeite wel wat ‘allochtone’ medewerkers – zoals die toen nog heetten – binnen te halen, maar door de wittemannencultuur verlieten die de politiebureaus veel te vaak veel te snel.

Dat stuk had intern moeten blijven, vond die woordvoerder. De waarheid was te gênant, daar kwam het op neer.

De twee decennia nadien bleef de politie, met bijna 65.000 medewerkers de grootste werkgever van Nederland, worstelen met het streven een afspiegeling van de maatschappij te zijn.

Ook in Amsterdam.

Volgens de laatste cijfers heeft landelijk 17 procent van de nieuwe politiemensen ‘een dubbele culturele achtergrond’ (het taalgebruik blijft op dit thema behelpen). Amsterdam steekt daarbij maar ietsje gunstiger af. Dat betreft de instroom. Wijselijk gaat het in de jaarverslagen niet over de uitstroom. Zo geven zelfs die zorgwekkende cijfers een te rooskleurig beeld.

In delen van Amsterdam ligt het aantal inwoners met een niet-westerse afkomst (ver) boven de 60 procent, maar de agenten zijn er nog steeds voornamelijk wit en komen eerder uit Purmerend dan uit Nieuw-West of Zuidoost. Zij doen hun stinkende best, maar kunnen culturele achtergronden niet uit eigen ervaring duiden. Hoe je het wendt of keert: de Amsterdammers met niet-westerse wortels zien zich in die politie onvoldoende vertegenwoordigd.

Nu moet het actieplan ‘Politie voor iedereen’ bewerkstelligen dat in de Randstad binnen vijf jaar 35 procent van de nieuwe politiemensen ‘een niet-westerse migratieachtergrond’ heeft. (Ter illustratie van de uitdaging: in 2015 was het aantal in Amsterdam door onachtzaamheid teruggelopen tot 4 procent.)

Een mooi streven, maar reden voor groot optimisme zie ik niet.

Ik ken te veel verhalen van niet-witte politiemensen die zich nooit echt thuis zijn gaan voelen in het korps.

In 2017 gooide de Amsterdamse politietop een steen in de vijver. Zou het niet enorm helpen als ook uitvoerende politiemensen een hoofddoek mochten dragen? De proefballon werd weggeblazen, ook door politiek Den Haag.

Daar zit de crux. Met de mond belijden dat de politie een afspiegeling van de samenleving moet zijn, maar als puntje bij paaltje komt onder het mom van neutraliteit enorme groepen uitsluiten – terwijl er bijvoorbeeld wel een christelijke politiebond is.

Onderwijzers, kleuterleidsters, artsen en verpleegsters mogen uiteráárd een hoofddoek dragen, maar waarom agenten niet?

In tijden van radicalisering, polarisatie en etnisch profileren kunnen we ons dat rigide standpunt domweg niet permitteren.

Stel de politie open voor alle Nederlanders of zwijg, zou ik zeggen.

Paul Vugts schrijft elke vrijdag over zijn werk als misdaadverslaggever.

Reageren? paul@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden