Opinie

‘Weg met de zuipschuiten op de grachten’

Het nieuwe rondvaartbeleid faciliteert een verdere verharding, vercommercialisering en verplatting op de grachten, aldus Wim Drijver. 

Protest tegen de nieuwe regels op het water, afgelopen woensdag. Beeld Hollandse Hoogte / Sabine Joosten

Is het de Amsterdammers bekend dat zich momenteel in en om de grachten een drama voltrekt? Dat hardwerkende Amsterdamse ondernemers op één hoop gegooid worden met de werkelijke veroorzakers van overlast en dreigen hun onderneming te verliezen?

Dat een snoeiharde ambitieuze wethouder zich over de rug van een fatsoenlijke beroepsgroep probeert te profileren? En dat dit zal uitlopen op een debacle dat de Amsterdamse belastingbetaler door ingrijpen van de rechter een vermogen zal gaan kosten?

Historische hospitalityboten

Waarschijnlijk niet, maar ik zal het uitleggen. Ik ben eigenaar van een kleine rederij met twee historische hospitalityboten, elektrisch aangedreven en deels draaiend op zonne-energie. In 2014 zijn mij door de gemeente de benodigde exploitatievergunningen verleend en wel voor onbepaalde tijd. Op basis hiervan heb ik het aangedurfd mijn baan op te zeggen, te investeren en met een kleinschalig hoogwaardig concept de markt op te gaan. Na vijf jaar hard werken kan ik zeggen dat mijn bedrijfje loopt, wij kunnen er als gezin van vier bescheiden van ­leven.

Amsterdam is de laatste jaren drukker geworden, ook op de grachten. Deze drukte veroorzaakt nieuwe overlast en de aanpak ervan staat terecht hoog op de politieke agenda, want de grachten zijn van ons allemaal. Op het water heeft de hinder die mensen ervaren, te maken met het toegenomen aantal boten, maar ook met geldende regels voor vaartuigen en de (niet-)handhaving daarvan. Momenteel varen er ongeveer 450 vergunde passagiersboten rond die jaarlijks bijna 4 miljoen passagiers vervoeren.

Vechtmarkt

Op een uitzondering na zijn dit bedrijven die geen overlast veroorzaken en daar ook geen ­enkel belang bij hebben. Zonder te romantiseren leeft bij de meeste reders nog het besef dat het een voorrecht is om in onze mooie stad te mogen rondvaren. De cynische race to the bottom die zich in de taxiwereld heeft voltrokken is de rondvaartbranche tot nu toe bespaard gebleven, hoewel op bepaalde locaties, doordat de gemeente veel nieuwe vergunningen verleent en er voldoende op- en afstapplaatsen ontbreken, al een letterlijke vechtmarkt is ontstaan (onder andere voor het Anne Frankhuis, wat een bloody shame is).

De werkelijke overlast wordt vooral veroorzaakt door een klein deel van de recreatieve vloot en de zogenaamde illegalen, snorders die zonder vergunning en verzekering tegen betaling toeristen rondvaren.

Respectloos

Er wordt te hard gevaren, gedronken, lawaai ­gemaakt, geplast, kortom respectloos gebruikgemaakt van de door Amsterdam geboden gastvrijheid. Deze overtreders moeten namens ons allen worden aangepakt door Waternet en waterpolitie, instanties die hiervoor met belastinggeld in het leven zijn geroepen. De regels zijn er al.

De maximale snelheid is 6 km per uur, er mag geen lawaai worden gemaakt, er komt een nachtverbod, een boot met meer dan twaalf opvarenden heeft een vergunning nodig, in ieder geval de bestuurder van de boot moet nuchter zijn et cetera. Maar wat gebeurt er in de praktijk? Vergunde boten zijn gemakkelijk herkenbaar dus die worden als eerste aangehouden en doorgelicht. Op zichzelf prima ware het niet dat talloze ‘zuipschuiten’, lawaaiboten en snorders dagelijks de dans ontspringen.

Dan is daar nog de Europese Dienstenrichtlijn die voorschrijft dat in het publiek ­domein, waar de grachtengordel deel van uitmaakt, een open markt moet ontstaan, vrij toegankelijk voor iedereen. Net als in de taxiwereld, weet u wel?

In de houding

En jawel, Amsterdam is het braafste jongetje/meisje van de klas. Waar in Venetië de karakteristieke taxiboten en bestaande reders met hand en tand verdedigd worden, springt men hier voor Europa direct in de houding. Alle vergunningen die voor onbepaalde tijd zijn uitgegeven worden binnenkort door wethouder Sharon Dijksma ingetrokken en daarna volgens een bijzonder ingewikkelde verdeelsleutel opnieuw verloot aan bestaande en nieuwe ondernemers.

Voor een maximale periode van vijf tot acht jaar waarbinnen je je investeringen en een inkomen moet zien terug te verdienen. Dit betekent een bom onder mijn onderneming en die van mijn collega’s, want feitelijk worden wij straks onteigend en beroofd van ons inkomen en de waarde die wij binnen ons bedrijf dachten te hebben opgebouwd.

Is het zo moeilijk te voorspellen dat het aanbod hierdoor verder zal verschralen en vooral de kleinere reder, die met veel liefde een prachtige boot in het water houdt, zal verdwijnen? Snappen politici niet dat grote partijen de markt nog meer zullen gaan overheersen met goedkope boten, personeel en formules, omdat de vergunning nu eenmaal binnen een aantal jaren moet worden terugverdiend?

Nu al zie ik om mij heen dat reders stoppen met investeren, dat banken zich terugtrekken en dat boten en uitstraling verloederen vanwege de beklemmende onzekerheid die momenteel als een onweersbui boven de markt hangt.

Rechtvaardiger

De politiek roept dat de kleinschalige en unieke ondernemers in Amsterdam beschermd moeten worden, omdat juist zij de aantrekkelijkheid van de stad verhogen. Tegelijkertijd zal er op het water straks een enorme kwalitatieve kapitaalvernietiging plaatsvinden. De Dienstenrichtlijn had in Amsterdam best anders ingevuld kunnen worden door de markt formeel open te gooien, maar zo streng aan de poort te selecteren via rechtmatige criteria dat slechts nu en dan een nieuwe reder zou kunnen toetreden en een ander door handhaving van dezelfde criteria zou verdwijnen.

In combinatie met een veel strengere handhaving van bestaande regels voor overlast zou dit allemaal zoveel werkzamer, rechtvaardiger en bestuurlijk behoorlijker zijn geweest.

Read my lips, met dit nieuwe beleid faciliteert de gemeente een verdere verharding, vercommercialisering en verplatting van de atmosfeer op de grachten. De kers op de taart zal verdwijnen, de slagroom ook en plaatsmaken voor het snelle geld. Daarnaast voorzie ik de komende jaren eindeloze rechtszaken van wanhopige ­reders die hun levenswerk tot aan de Raad van State zullen verdedigen. Juristen gaan ervan uit dat, net als een paar jaar geleden onder Udo Kock, een chaos ontstaat met ingrijpen van de bestuursrechter en schadevergoedingen voor gedupeerden.

Is dit allemaal nodig? Zijn mijn zorgen vermijdbaar? Het antwoord ligt besloten in de wijze woorden van Eberhard van der Laan: “Zorg goed voor onze stad en voor elkaar.”

Wim Drijver, eigenaar ­Ambolux ­rondvaarten. Beeld Dingena Mol
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden