Nico Dijkshoorn. Beeld Artur Krynicki
Nico Dijkshoorn.Beeld Artur Krynicki

Wéér hebben we iemand naar de rand van het graf bewonderd

PlusNico Dijkshoorn

Nico Dijkshoorn

Ik keek dinsdag naar een interview met zangeres Adele en na de derde vraag van Oprah Winfrey dacht ik: het is ons weer gelukt. We hebben er weer een kapotgemaakt. Weer een op de knieën. Voor eeuwig eenzaam, vertier zoekend op eenzame plekken, wezenloos sjorren aan fitnessapparaten en daarna films kijken in je eigen bioscoopje onder een huis met 12 kilometer aan hekken eromheen.

Ik keek en luisterde naar Adele’s optreden en voelde me schuldig. Wij, de zwelgende bewonderaars, die geen genoegen nemen met een liedje alleen, we hebben het voor elkaar. Weer hebben we een vrolijk vooruit levende vrouw naar de rand van het graf bewonderd.

Adele zong vernietigend mooi over eenzaamheid, verloren onschuld, een stukgelopen huwelijk, mededogen met oude geliefden en haar verlangen naar echte vriendschap. Vlak voor haar zaten de rijken der aarde. Ik herkende minimaal veertig mensen die met hetzelfde probleem worstelen als Adele: ze kunnen niet zomaar naar een tankstation rijden omdat ze zin hebben in een vies broodje met van alles er op. Buiten wachten de bewonderaars en ze verslinden je.

Wanneer Adele, tussen de liedjes door, met het publiek praatte, veranderde ze in een karikatuur van wat ze eigenlijk het liefst wil zijn: een plat pratende leuke meid in een kroeg. Iemand die ’s ochtends wakker wordt naast een man die ze niet kent. Tussen de liedjes door dronk ze uit een stenen bekertje. Dat bekertje stond mooi uitgelicht op een witte pilaar. Ik hoopte dat ik naar sublieme ironie keek.

Als ze zong moest ik een beetje huilen want ik begreep dat ze nog maar op één plek gelukkig is: in haar liedjes. Zin na zin zong ze over loutering, de worsteling, liefhebben en de hunkering naar een gewoon leven, zonder adoratie.

In het lichaam van Adele wonen Amy Winehouse, Michael Jackson en John Lennon. Ooit eenvoudige, gelukkige mensen. Amy zong graag, Michael danste graag, John zat ooit in een bus, met zijn gitaar op schoot, op weg naar zijn vriend Paul. Alle drie moesten ze, vlak voor hun dood, hun geluk zoeken op een paar vierkante meter. Opgejaagd wild. De liedjes waren weer eens niet genoeg. Nee, ze moesten ons hysterisch gegil horen, vlak voor het hotelraam. Imagine was niet genoeg. Fuck verbeelding. We wilden ze aanraken.

Ik luisterde naar Adele. Ze smeekte ons om voorzichtig met haar te zijn. Go easy on me. Wanneer ze die woorden zong boog ze een beetje voorover en veegde ze een streng haar opzij. Alsof ze in een kroeg vol onbekenden zat.

Nico Dijkshoorn schrijft wekelijks een column voor Het Parool en spreekt zijn bijdragen ook geregeld in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden