Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

We zitten op het perron, onder de enorme kap van CS

PlusMaarten Moll

Voor het Centraal Station staat een vrouw.

“Er is te veel hebzucht, mensen, veel te veel hebzucht.”

Ze praat, maar ze richt zich tot niemand. En niemand die haar in de ogen kijkt, of durft te kijken.

“Al die nieuwe kleren, nergens goed voor, echt waar. Luister naar een andere stem, die naar een ander pad leidt.”

Op het bord dat ze voor haar borst houdt, staat dat Jezus de gids is.

Ik loop ook door, de vrouw praat door, en de monotone woordenstroom achtervolgt me tot die langzaam wegebt en ik het station in loop. Waar een andere gids wacht.

Schrijver Gerrit Barendrecht. Hij neemt me mee naar een perron, waar we op een bankje gaan zitten. Onder de enorme kap.

Het Centraal Station speelt een grote rol in De Russische connectie, de nieuwe, tweede thriller van Barendrecht. Het verhaal speelt in 1889, ook het jaar dat het station, op 15 oktober, werd opgeleverd. Op de Dam explodeert een tram vol passagiers. Barendrechts hoofdrolspelers uit zijn fraaie, eerste thriller, De Parijse connectie, journaliste Ida de Morsain en politie-inspecteur Julius Katz, komen een complot op het spoor dat naar een veel grotere geplande aanslag leidt…

Barendrecht heeft veel research gedaan, want het moet wel kloppen wat hij schrijft.

“Ik ben geen stadshistoricus, dus als ik vertel dat het perron 305 meter lang is, zal er wel iemand opstaan die zegt dat dat niet helemaal klopt. Dus zeg ik, stel je de Eiffeltoren op zijn kant voor, dan heb je de lengte van het perron,” zegt hij terwijl de stationsomroeper door hem heen praat en een laatste oproep doet voor de vertrekkende Eurostar naar Londen op perron 15.

En de lengte van de overkapping, waar het hem eigenlijk om gaat. Barendrecht wijst omhoog. “Dat is een wonder van techniek voor die tijd. Top of the bill, absoluut hightech. Zo’n constructie werd voor onmogelijk gehouden, maar het lukte toch. Echt spectaculair. Wat het geheel een schizofreen karakter gaf. Dat in oud-Hollandse stijl gebouwde stationsgebouw van Cuypers en die hypermoderne overkapping. Waarvoor mensen naar het station kwamen, als een uitje…”

De schrijver is op dreef, enthousiast vertelt hij verder. “Als je voor het CS staat, zie je tussen de twee torens een hoog middenstuk. Dat was dus niet zo hoog gepland, maar die moderne overkapping kwam er bovenuit.”

Barendrecht moet lachen. “En dat zinde meneer Cuypers niet. IJdel mannetje, hoor, hij had natuurlijk al het Rijksmuseum ontworpen. Meneer wilde alle credits hebben. Als je vanaf het Damrak naar het station keek moest je zijn creatie zien, de Kathedraal aan het IJ zoals het gebouw al snel werd genoemd, en niet die kap. Dus liet hij het middenstuk verhogen.” (Ook een vorm van hebzucht.)

Dat wist ik allemaal niet. Om Bloem te citeren: Het leven houdt zijn wonderen verborgen/ Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat.

Morgen verder over De Russische connectie.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden