Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

‘We zijn hem al een dag en een nacht kwijt’

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Soms – bij voorkeur met slecht weer (kou, wind en regen) – ging ze naar het strand. De elementen trotseren. Maar ze ervaarde het ook als een vorm van meditatie. Eerst een half uur tegen de wind in lopen, naar de stemmingen van de zee luisteren, bepaalde gedachten ‘uitdenken’ al lukte dat nooit, dan even stilstaan, naar de golven kijken en teruglopen.

De taal van het weer, de zinnen van de zee, ze kon alles verstaan. Soms werd er iets gefluisterd, meestal geschreeuwd en nog vaker werd er iets gevraagd waarin een verwijt doorklonk.

Net op het moment dat de regen toenam, zag ze een hondje op het strand.

Onmiddellijk stopten haar gedachten en keek ze naar het beestje.

Hij was ver weg, leek ontspannen en iets te zoeken in het zand.

Ze zocht het strand af of er een baas was, maar kon niets ontdekken.

Ze liep naar de hond en toen die haar in de gaten kreeg, kwam hij geestdriftig op haar af. Even was ze bang, maar het beestje rende op haar af in een trotse galop van een paardje van ongeveer dertig centimeter.

Toen hij vlak bij haar was, kwispelstaartte hij.

Wat was hij nat.

Weer keek ze in alle richtingen, maar geen baasje te zien.

“Ben je verdwaald?” vroeg ze.

Ze durfde het beestje niet goed aan te raken, maar hij leek niet kwaad. Toch haalde ze haar hand uit haar zak die onmiddellijk koud werd en aaide het natte beest over z’n kop.

“Waar is je baasje dan?”

Wat moest ze nou doen? Wachten tot er iemand zou verschijnen? Gewoon doorlopen?

Ze deed een paar stappen en merkte dat de hond met haar meeliep.

Alles aan hem was vanzelfsprekend. De manier waarop hij ontspannen liep, hoe hij het weer trotseerde en haar volgde.

Ze stond stil.

“Ik moet naar huis… Waar kom je vandaan?”

Ze keek of op zijn halsband enige informatie te vinden was en aan de binnenkant ontdekte ze een naam en een telefoonnummer. ‘Max… 06 53…’

Ze pakte haar telefoon en toetste het nummer in.

Een vrouw nam op.

“O dank u, we zijn hem al een dag en een nacht kwijt… O, ik ben nog nooit zo gelukkig geweest…”

Ze deed haar sjaal af, stak die door de halsband zodat Max niet kon weglopen en liep naar huis.

De wind liet haar ogen tranen.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden