Artikel WitBeeld Agata Nowicka

We willen meer, meer, meer. Afgunst is onze brandstof

PlusJames Worthy

Met drassige ogen kijk ik naar de laatste aflevering van Over mijn lijk. Mijn vrouw zit naast me op de bank. Zij kan niet naar het programma kijken. Het doet haar te veel pijn. Een doodzieke moeder loopt met haar man en haar twee kinderen over een begraafplaats. Ze zoekt naar een plekje waar ze wel zou willen wonen. De kinderen hebben niets door. Dit is gewoon een dagje uit voor Lauren en Cato. Ze hebben niet door dat mama over een paar maanden nooit meer aan zal gaan.

Ik kijk nu al acht seizoenen naar Over mijn lijk, het programma waarin jonge mensen die nog maar kort te leven hebben worden gevolgd. Het is wonderbaarlijke televisie. Het trekt alles uit de kijker. Na elke aflevering ben je kapot. Je slaat jezelf voor het hoofd. Waarom is het leven zo oneerlijk? Je vraagt het jezelf af. Waarom het leven zo oneerlijk is? Misschien omdat de dood zo eerlijk is. Iedereen kan dood. Iedereen gaat dood. Het overlijden slaat niemand over.

En toch is het een hoopvol programma. Het is zo bijzonder om te zien wat er met een jong iemand gebeurt die te horen krijgt dat de dokters niets meer voor hem of haar kunnen doen. Opeens zijn ze uitbehandeld. Onherstelbaar geschonden. Reddeloos spartelend in een zee van witte jassen. ‘We kunnen je niet meer redden, maar we kunnen je wel zo menselijk mogelijk laten verdrinken.’ Na een paar afleveringen zie je dat het spartelen steeds meer op dansen gaat lijken. Deze doodzieke tieners, twintigers en dertigers dansen prachtig richting de bodem.

Een deelnemer waar ik nog vaak aan denk is Mathijs uit seizoen 6. 18 jaar. Botkanker. Gewoon een jongen met sproetjes die gek was op voetbal. Gewoon een jongen van achttien die zijn eigen uitvaart tot in de puntjes regelde. Ik zie zijn vrienden nog naast zijn graf staan. Met vuurwerkfakkels in hun handen. Trots op hun vriendschap. En dankbaar, o zo dankbaar, dat ze die lieve jongen met die sproetjes hebben gekend.

Voor mensen zoals ik, de mensen die de veertig hebben mogen halen, kan het leven soms als een verplichting aanvoelen. Niets is ooit genoeg. We zijn slaven van onze eigen ambitie geworden. We haten de wekker. We haten stilstand. We moeten blijven groeien. De wereld veroveren. Afgunst is onze brandstof. Meer. Meer. Meer. Witte tanden, vuile handen. Een dag heeft 24 uur, omdat de mens 24 maskers heeft.

Maar dan kijk je naar Over mijn lijk en voel en zie je dat het leven nooit als een verplichting mag aanvoelen. Dit leven is een geschenk. Pak die shit elke ochtend uit. Met twee handen. Een gooi alle bullshit uit het raam. We hechten zoveel waarde aan bullshit. Kijkcijfers, volgers, de rijpheid van een avocado. Het is niet belangrijk. Wij zijn niet belangrijk.

Weet je wie belangrijk is? Gewoon een man in een flat die wonderschone pruiken voor zieke vrouwen maakt. Ik zag hem in seizoen 8 van Over mijn lijk en nu hoop ik dat mijn zoon later als hij groot is pruiken gaat maken. Dat hij spartelende mensen het gevoel kan geven dat ze dansen.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden