Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

We werden op de veertig vierkante meter ontvangen met gehuil

PlusTheodor Holman

We gingen bij ze op bezoek. Op Texel hadden we twee wollen schaapjes gekocht en voor de andere twee kinderen twee wollen hondjes.

We werden op de veertig vierkante meter ontvangen met gehuil. De ouders hadden ook rode ogen. “De laatste keer dat jullie hier waren, woonden we hier net en nu wonen we hier met vier kinderen,” zei de vader.

Kinderbedjes in de kamer, het ouderlijk bed waar de moeder in lag een paar meter verder, daartussen een droogrek. In de keuken loeide een wasmachine, een halfvolle vuilniszak lag vanwege de handigheid naast het aanrecht. Daarnaast lag een koffiefilter met drab. Uit de zak gevallen.

“Gefeliciteerd met Bram, gefeliciteerd met Lies, gefeliciteerd met Tommie en gefeliciteerd met Sofie,” zei ik leutig.

“Nog bedankt voor de bijdrage aan de eerste kinderwagen en ook voor de bijdrage aan de tweede,” zei de moeder, “het komt heel goed van pas.”

De eerste kinderwagen voor de eerste tweeling had ik in de kleine gang aan de muur zien hangen.

“We willen nu twee afzonderlijke kinderwagens kopen,” zei de moeder. Ik dacht dat er nog een verklaring zou komen, maar ze hield haar mond en verschikte haar kussen.

“En we hebben nog meer goed nieuws,” zei de vader. “We hebben besloten toch maar te trouwen.”

Het ‘toch maar’ suggereerde teleurstellende filosofische en maatschappelijke overwegingen die ik niet wilde horen en waaraan ik voorbij ging door vrolijk te knikken.

“En er komt na corona veel werk aan,” ging de vader door, “en ik heb besloten alles aan te pakken wat op mijn weg komt. En dan later zien we wel weer.”

Ook bij die laatste zin keek ik of het een verstandige uitspraak was en misschien was het dat ook wel.

“Maar ik wil ook werken, hoor,” zei de moeder.

“Tuurlijk,” zei de vader.

Hoorden ze het gehuil niet? Het ene kind stak het andere aan. Ik ging dus maar even kijken bij de oudste tweeling. Bij beiden was het speentje uit de mond gevallen.

“Wat een mooie kinderen,” zei ik.

Daarna bestudeerde ik de laatste aanwinsten.

“En deze zijn ook al zo mooi.”

Ik werd door mijn vrouw naar het keukentje geroepen om voor de ouders ‘even de afwas te doen’. Het keukenraam sloot niet goed waardoor het tochtte. Op de wc was het linoleum kapot.

Drie kwartier later wandelden we in stilte de vijftig meter naar ons eigen huis.

t.holman@parool.nl

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden