Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

‘We toeren tegenwoordig van kliniek naar kliniek, samen, arm in arm’

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Opeens zei hij: “En we hebben ons huisje in Frankrijk verkocht.”

Pourqoi?”

Parce que ik godverdomme vaker ziek word en ik dat toch liever hier ben, dan daar. Dat geldt ook voor Sas.”

“Jij bent ijzersterk, Beer,” zei z’n vrouw, “je doet het voor mij.”

Z’n vrouw – of eigenlijk nog steeds z’n vriendin – streek met haar mager geworden hand door z’n haar.

“Nee, ik doe het voor mij. We toeren tegenwoordig van kliniek naar kliniek, samen, arm in arm.”

“Mis je je huisje niet?”

“Meer dan 35 jaar gehad. Ja, dan wordt je huisje zelf een meubelstuk. Maar ik dacht: de kinderen nemen het wel over. Maar we hebben geen kinderen. En ik kon het goed verkopen. We willen gewoon hier zitten. In de erker. Uitkijkend over de Overtoom. Verkeer zien, een boek lezen, naar de radio luisteren…”

“Dat van die radio is overdreven, Beer. Je zet hem aan, je ergert je, je vloekt en zet hem uit.”

Saskia streek hem weer door z’n haar.

Hij haalde zijn schouders op.

“Ik heb mooie foto’s van ons huis. Wij voor het huis, wij wijn drinkend op het terras, wij spelend met Knars, onze hond, wij met onze ouders, wij met onze vrienden, wij in bed. Ik zag ze laatst en dacht: is dit nou fijn om naar te kijken, of juist niet? Stom hè, dat je dat soms niet weet.”

“Je bent zo somber, Beer. Is nergens voor nodig,” zei Sas.

“Als je vanuit het dorp naar ons huisje liep, was er eerst een heuvel en halverwege kon je ons huisje zien. Jij, Sas, zei altijd: ‘Wat een lief poppenhuisje hebben we toch,’ en dat was het ook, maar wij werden kapotte poppen… Ja, toch? We krimpen ook. We kunnen niet meer naar het dorp lopen en terug. De laatste keer dat we hijgend over de heuvel gingen, zag ik een klein poppendoodskistje. En daar wilde ik niet in wonen.”

“Hou op, Beer. Je overdrijft zo.”

“Nee, echt. Ik dacht: we moeten hier weg. Ik dacht: ik wil naar huis. Dat dacht ik: ik wil naar huis!”

Hij sprak zo hard dat het duidelijk was dat hij zichzelf wilde overtuigen of straffen.

“We zijn thuis, Beer.”

“Het was daar mooi,” zei ik.

Beiden knikten.

“Ik heb het gevoel dat ik hier meer leef dan daar, Theodor. Alsof slecht weer en chagrijn het leven meer verlengen dan de Franse zon. Gek hè.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden