Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren

We razen met z’n tweetjes in de achtbaan in zijn hoofd

Plus Roos Schlikker

Onze oudste heeft een voetbaltoernooi, helemaal in Denemarken. Omdat drie dagen ballen rapen voor zijn broertje wat veel is, besluiten wij één dag te kijken en door te karren naar Legoland, vijftig kilometer verderop.

We zijn voor het eerst met z’n tweetjes op reis. We eten ijs, spelen piraatje, gaan in De Enge Achtbaan en hebben veel gesprekken, want mijn zevenjarige stelt graag essentiële levensvragen.

“Mam, wie heeft water bedacht?”

“Mam, wat was jouw leukste verjaardagsfeestje toen jij kind was?”

“Mam, een meisje heeft me laatst op mijn mond gekust. Maar ze heeft verkering. Met iemand anders. Wat vind je daar nou van?”

We springen van de hak op de tak en niet alleen in het pretpark, waar we van het spookhuis naar de wildwaterbaan naar het piratenschip rennen. Tussen suikerspin en riddershow door, murmelt hij: “Zeg mam, waar is het bed van oma?”

“Eeeeh, hoe bedoel je?”

“Nou, ze is dood. Dus waar is het bed?”

“Ze sliep bij opa in bed. Dus die heeft het bed gewoon gehouden.”

“Huh? Maar wie ligt er dan op haar plek?”

“Niemand, schatje. Opa heeft het grote bed helemaal voor zichzelf alleen.”

“Oe. Dat is wel goed. Want opa is heel lang.”

“Precies.”

“Hé, mam, laten meiden écht scheten?”

En we razen verder in de achtbaan in zijn hoofd. Dat hoofd waar ik zo graag een beetje wonen wil. Dat hoofd van een jongetje dat al dingen begrijpt maar nog lang niet alles. En dat volledig kan opgaan in het bouwen van een mini-Legoruimtesonde. Zijn garnalenvingers die minihelmpjes op plastic poppetjes monteren, de wimpergordijntjes rond zijn geconcentreerd geknepen ogen. Ik probeer naar binnen te turen om te weten welke vragen hij zich stelt. Dit zijn de jaren van verwondering. Hoe lang blijven ze? Vorig jaar waren we hier ook, toen mocht hij nog niet overal in. Te klein. Maar zou hij het Ninjagokasteel over een jaar nog leuk vinden?

Heb ik wel goed opgelet? Heb ik genoeg tijd genomen om naar zijn moppen te luisteren? (“Oké mam, het is klein, oranje en het roept heel hard: ‘IK BEN EEN SINAASAPPEL!’ Nou? Een mandarijn met een te grote mond, hahaha.”)

‘De dagen zijn lang, maar de jaren zijn kort’, schreef Gretchen Rubin. Het is waar. Ooit duurde een zomerdag een eeuwigheid. Nu is een jaar in een oogwenk voorbij.

Misschien zijn we hier voor het laatst, verzucht ik met mijn middelbarevrouwenhoofd. Maar dan besluit ik: onzin. Die achtbaan, ik stap er nog niet uit. Ik wil onze wonderjaren rekken. En dus vraag ik: “Zeg, hoe zou je het vinden als we in de herfst gewoon nog een keer samen op pad gaan?”

Hij kijkt me aan. “De herfst? Maar dat duurt nog heel lang.” Nee hoor, wil ik roepen. Dat is niet zo. Maar ik zeg niets. We grijnzen. “Mam,” verzucht hij als hij bovenop me kruipt in het grote bed. “Mam, dit was mijn dag van mijn leven.”

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden