Column

We noemen onszelf De Ridders van de Stille Tafel

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Het was gisteren Wereldstotterdag. Sinds 1998 wordt deze dag georganiseerd om de aandacht te vestigen op de zeventig miljoen mensen op de wereld die stotteren en om de publieke opinie te beïnvloeden, zodat de maatschappelijke achterstelling van stotteraars verhinderd wordt.

Het klinkt allemaal erg liefdevol en empathisch, maar in feite is er minder dan niets veranderd sinds 1998. Het was gisteren Wereldstotterdag. Op een regenachtige zondag in de meest nietszeggende maand van allemaal.

Ik zat gisteren met een groepje stotteraars in de Ardennen. Dit doen we elk jaar. Kamperen in de Ardennen. We noemen onszelf De Ridders van de Stille Tafel. We kamperen altijd in de buurt van het Meer van Neufchâteau. Stotteraars kijken graag naar meren. Naar door land ingesloten water. Naar de rust, en naar de diepte die zich niet laat zien, maar er wel is.

In de Ardennen hebben de mensen ook minder haast. Geduld heeft er een vakantiehuisje. De steeds groter wordende haast is de aartsvijand van de stotteraar.

Ons spraakgebrek rolt op een praalwagen door de straten waar een gebrek aan geduld heerst.

De wereld heeft geen tijd voor stotteraars. En dat is prima. De Ridders van de Stille Tafel nemen het niemand kwalijk. Een zoektocht naar begrip is een zoektocht naar het onvindbare. Een zoektocht naar begrip kan alleen eindigen als je begrijpt dat je niet afhankelijk moet willen zijn van het inlevingsvermogen van een ander. Hunkeren naar begrip is wachten op teleurstelling.

Tien stotteraars zaten rond het kampvuur. Soms keken we in de vlammen en soms keken we naar de maan. Die witte kogel in de loop van de nacht. En achter ons stonden de tentjes. Het was zo stil bij het meer dat we de vissen konden horen ademen.

"Wisten jullie dat Mozes stotterde?" vroeg Koos.

Natuurlijk wisten alle aanwezigen dat Mozes stotterde; als je stottert, ken je alle bekende stotteraars.

Marilyn Monroe, Bruce Willis, Rowan Atkinson en Julia Roberts. Ooit zocht ik op het internet naar bekende stotteraars. Ik weet eigenlijk niet waarom. Ja, misschien dacht ik een band met die mensen te kunnen voelen of zo, maar ik voelde enkel eenzaamheid. Ik haatte het dat ik dacht dat ik de leegte van Hollywood nodig had om mezelf te kunnen accepteren.

Koos vertelde zijn Mozesverhaal. Over dat de woordvoerder van God een stotteraar was. En dat een stotteraar de Rode Zee in delen had gespleten. Koos eindigde zijn verhaal met de vraag of wij profeten waren. Of het misschien de woorden van God waren waar we constant over struikelden.

Vanochtend stonden we vroeg op. We dronken oploskoffie en aten klamme supermarktcroissants. Daarna probeerden we om de beurt om het Meer van Neufchâteau uiteen te splijten, met de armen omhoog en een lange tak in de rechterhand, maar er gebeurde niets.

In het huurbusje naar huis luisterde ik naar Ans. Een vrouw van 72. Een weduwe. Ik luisterde goed naar Ans. Niemand luistert beter dan een stotteraar. Ze vertelde over haar katten en over haar liefde voor toetjes. Daarna begon ze over het woord 'weduwe'.

"Ik vind het zo pijnlijk dat in het eenzaamste woord ooit twee keer 'we' staat," zei ze.

Ik knikte en keek uit het raam. Ik hoopte dat ik het vakantiehuisje van geduld nog kon zien, maar ik zag het randje van een stad.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden