Johan Fretz Beeld Artur Krynicki

We noemen ons kind Frenkie, zei ik na de 1-4

Plus Johan Fretz

Op de avond dat Ajax in Bernabéu Real Madrid met 1-4 van de mat veegde, ontdekten wij dat jij zou komen. “We moeten je Frenkie ­noemen,” zei ik. Je moeder zei: “Dat nooit!”

Nog voor we iets konden zien dat de contouren had van een mens, was er een hartslag. We zagen het begin, een knipperend lichtje dat bonsde, dat nu al, pas net wakker gekust, de hunkering in zich droeg om te kloppen, te leven. Ik vroeg me af wat mijn moeder, die jaren om een kleinkind had gesmeekt, straks zou gaan zeggen. Op kraamvisites zegt ze altijd: “Wat een lelijke baby!” Volgens haar een Surinaams gebruik om de boze geesten te verjagen: als die denken dat de baby lelijk is, blijven ze weg.

Het knipperende lichtje groeide watervlug, je kreeg een gezicht en ledematen. De verloskundige zei dat je onze stemmen vanaf nu kon herkennen, dus begonnen we voor je te zingen. Blackbird van The Beatles. Volgens je moeder zong ik het einde verkeerd. Ik zei dat ik toch zeker wel wist hoe ik Blackbird moest zingen, maar ze had gelijk. Zoals meestal. Dus oefende ik net zo lang tot op een avond ook ‘…into the light of a dark black night’ loepzuiver klonk.

De weken stapelden zich op tot maanden. Toen in de groepsapp van de bevallingscursus de ene na de andere foto van een prachtige nieuwgeborene voorbijkwam, keken wij steeds ongeduldiger naar de buik. En toen Ajax in Londen opnieuw een onwaarschijnlijke 1-4 op het scorebord toverde, wist ik zeker dat de weeën zouden losbarsten, maar helaas werd het alsnog 4-4. Jij nam je tijd.

Op 10 november klopte je dan toch op de deur. De kamers in het ziekenhuis hadden geografische namen. We passeerden Java, New York en Sydney. Je was nog niet eens geboren en reisde nu al de wereld rond. We betraden Ierland. Naast het bed hing een wandvullende foto van een heuvellandschap met tientallen grazende schapen. Uren, minuten of dagen later – tijd leek inmiddels een verzinsel – zat ik op een skippybal. Je moeder, zoals alle moeders sterker dan de sterkste Godenzoon, kneep in mijn hand en slaakte nog één boven­menselijke oerkreet. Vanaf de muurfoto keek een schaap me achteloos aan. Natuurlijk: hij had al honderden bevallingen gezien. Dit was Ierland, maar geen backstop kon jou nu nog tegenhouden.

En toen je dan eindelijk in deze vreemde wereld landde, toen was zelfs ik, zo vaak geplaagd door een ratelend hoofd dat van geen ophouden weet, vol­komen gedachteloos. Ik keek je aan. Je ogen stonden helder, onbevreesd, je oren waren schoon als pas aangespoelde schelpen en je had haar, zoveel haar. Ik zag tegelijkertijd het grootste raadsel en het meest vanzelfsprekende dat zich ooit aan me had geopenbaard.

We noemen je geen Frenkie (je moeder had wéér gelijk), maar James. Omdat die naam zich koppig aan ons bleef opdringen (deed jij dat zelf?). Je kunt er in elk land mee thuiskomen. James Ischa Daniël Fretz. Overal en nergens vandaan. Koosnaam: Ischa, De Dikke Man. Je bent kwart Nederlands, kwart Hongaars, kwart Surinaams, kwart Duits en in zekere zin dus ook een vijfde kwart Iers.

Je Surinaamse oma liep de kamer binnen en tilde je op. Ik wist wat ze ging zeggen, maar ze zei: “Och, wat een prachtige baby!” Nu zal ik je dus zelf tegen de boze geesten moeten beschermen. Dat zal ik doen zo lang ik leef. Elke dag… into the light of a dark black night.

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij heeft een wekelijkse column in Het Parool. 

Reageren? j.fretz@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden