Plus Column

We nemen een maaltijd tussen de soldaten en mariniers

Pepijn Lanen Beeld Corné van der Stelt

Het is 4 mei. Ik loop naar de Groote Industrieele Club, nadat ik door de politie-agent bij de barricade aan de achterkant van de Dam op politie-esque wijze eerst niet en toen wel doorgelaten werd. In mijn tas, die doorzocht moest worden, zaten wat kleren en een doosje met thee die goed voor de stem is. Na een momenteel oogcontact met de agent met het doosje thee in zijn hand, mocht ik doorlopen.

Na binnenkomst wacht ik op de anderen in een kleine barruimte waar ze Amsterdams water ­schenken met zelf toegevoegd koolzuur. Ik heb mijn schoenen uitgetrokken omdat ze pijn aan mijn voeten doen.

We nemen een maaltijd tussen de soldaten en ­mariniers en vliegeniers en politieagenten. De ­gehaktballen zijn zo Nederlands dat ik het bijna niet kan geloven. Als we het gebouw verlaten om naar de Nieuwe Kerk te vertrekken, verbaas ik me over de hoeveelheid andijviestamppot die is blijven liggen in de au bain-mariebakken, met zo veel Hollanders die ervoor in de rij stonden zojuist. Iemand zegt dat dit weer aan het vrijheidsdiner gedoneerd wordt en I can't tell if making grapje or not.

De publieke omroep wil een interview nog even snel, en eigenlijk alleen met Ollie en dan steken we de Dam over naar de Nieuwe Kerk. In de rij zien we Buma, die sterke gelijkenis vertoont met Daan, die ook mee is.

Fred probeert ze heimelijk samen op de foto te zetten maar Buma is te ver in de achtergrond en ziet er zodoende alleen maar uit als iemand op de achtergrond. Een vrouw vindt dat we te veel ­kletsen en dringt voor en we verwonderen ons over de medailles van de vele militairen, oud- en niet-oud-, de verzameling van de een nog breder dan van de ander.

In de kerk worden we geplaatst en dan begint het en bedenk ik me dat ik geen idee heb van wat er gaat gebeuren. Iedereen gaat staan en de koning en de koningin komen binnen. Natuurlijk.

Er zijn een paar voordrachten en een kamer­ensemble speelt innemende muziek en dan worden we groep voor groep weer naar buiten gesommeerd. Niemand maakt meer grapjes terwijl we langs de mariniers en soldaten lopen, hun machinegeweren zo modern en plastic dat het wel speelgoed lijkt.

De laatste keer dat ik hier was, was toen in juli 2014 de stille tocht hier begon. We komen in een vak naast het monument terecht en de stilte valt langzaam als een zware deken over ons heen. Het gewicht van alle doden hangt boven ons. Het verleden als spiegel voor het heden. De geschiedenis als ­metafoor.

De onverklaarbare wreedheid van de mens en het bestaan waar we maar niet aan ont­komen. Ik ben bang. Een individu gemaakt van angst in een gigantische massa. Maar de angst ­definieert mij ook als mens.

De twee minuten zijn voorbij en de kransen worden gelegd. Tot mijn verbazing is Eberhard er ook bij. Met zijn arm in een mitella komt hij mij voor als een oorlogsheld en spreekt hij tot het publiek. Tijdens het defilé leg ik mijn bloem bij de krans van de stad en ben dankbaar.

Pepijn Lanen (1982), ook bekend als Faberyayo, is rapper, schrijver en tekstschrijver van onder meer De Jeugd van Tegenwoordig en LeLe. Elke zaterdag schrijft hij een column voor Het Parool. In het archief lees je ze allemaal terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden