Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

We namen afscheid van Menno Wigman

PlusMaarten Moll

Zondag. Zorgvlied. IJskoud en zonnig. We zoeken het graf van Menno Wigman.

Bijna drie jaar geleden was ik hier ook, met heel veel anderen, om hem te begraven.

Op internet had ik bij het intikken van zijn naam in een verslag van een wandeling op Zorgvlied een nummer en een kruisje op de plattegrond van de begraafplaats gevonden. Na een tijd zoeken staan we dan voor graf 18-I-0418.

Het graf van Gerrit Kouwenaar en zijn vrouw.

Ook een goede dichter, maar die zoeken we niet. (Ik had het stukje niet goed gelezen, maar zo kom je nog eens ergens.)

Menno, waar ben je?

Ik kan het me niet meer heugen.

Terug naar de ingang, waar je in een gebouw op een computer de doden kunt lokaliseren.

En even later staan we dan toch voor het graf van de goede dichter, die op 1 februari 2018 overleed. Ik weet nog hoe het bericht van zijn dood me schokte (ik kende hem een beetje). Hij was zo’n jongen (toch alweer 51) van wie je dacht: waarom moet hij nu sterven?

Een en al beminnelijkheid, en toen ik op een avond achterin de Pels baldadig de bundel van een van zijn collega’s met mijn voeten hooghield, kon hij daar wel om lachen.

Die P.C. Hooftprijs was nog maar een kwestie van tijd.

Het is een mooi, eenvoudig graf, met zijn naam in een fraai lettertype. Met op de steen twee windlichten met plastic kaarsen die werken op batterijen. De batterijen zijn op.

Ik groet hem, en blijf even voor het graf staan.

Wat blijft is een flinke stapel geweldige poëzie. Al kan ik op dat moment niets citeren. (Sorry, Menno.)

We namen afscheid van Menno Wigman, duwen nog een betonnen lijst recht van het graf van Doeschka Meijsing en gaan nog even langs bij Harry Mulisch, die onder een grote zwarte plaat ligt.

En daar ergens moet ook het graf van Adriaan Jaeggi zijn, de eerste stadsdichter van Amsterdam. (Wigman was de vijfde.) En de schrijver van een van de mooiste zinnen in de Nederlandse literatuur. In een tijdschrift beschreef hij de worsteling met een roman, die hem veel tijd en aandacht had gekost. Dan is het zomer. ‘Ik zwom elke dag met mijn twee dochters, die in de tussentijd lange benen hadden gekregen.’

Alleen daarom al mag je nooit worden vergeten.

We vinden Jaeggi’s ligplaats. Geen naam te zien en het graf volledig overwoekerd door groen. Uit de buik van Adriaan groeit een boompje.

Vandaag brand ik een waxinelichtje voor Menno Wigman. En ook een voor Adriaan.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden