Nico Dijkshoorn. Beeld Artur Krynicki
Nico Dijkshoorn.Beeld Artur Krynicki

We mogen weer naar de kapper. Zo voelde de bevrijding

PlusNico Dijkshoorn

Vraag aan een Nederlander: vier jaar gratis onderwijs naar keuze óf 45 euro betalen voor een bezoek aan de kapper en hij kiest het laatste. Nederlanders veranderen evolutionair langzaam in wezens die met moeite acht lettergrepen kunnen stamelen en daar doen ze het volgende mee: zelf-de mo-del als vo-ri-ge keer.

Kappersbezoek is voor veel Nederlanders van levensbelang. Ook voor Italianen. Als ik die in een roze polo op een kinderscooter met blote voetjes in hun schoenen door de stad zie rijden denk ik: die gaan naar hun mamma of naar de kapper.

Nu de regering zegt dat we weer naar de kapper mogen, zie ik met eigen ogen hoe de bevrijding moet zijn geweest. We mogen weer met ons hoofd achterover in een wasbak hangen.

Ikzelf ga niet meer naar de kapper. Ik denk als een boom. Wachten tot het haar om mijn voeten op de grond valt.

Ik vind het niet fijn als vreemde mensen aan mijn hoofd zitten. Sowieso niet. Wie plotseling zijn hand op mijn kale plek legt wordt in één keer naar de grond gehoekt. Nog vreemder is het dus om te gaan zitten wachten tot iemand mijn hoofd aan gaat raken.

Dat wachten schijnt verplicht te moeten plaatsvinden terwijl je in een Story uit 1996 leest dat Marco Borsato nooit meer een andere vrouw wil dan zijn Leontien. De tijdschriften die je leest zijn bijna altijd van een overleden vrouw geweest. Zo gaat dat. Twee zonen vinden bij hun dode moeder vier jaargangen roddelbladen op het toilet en brengen die naar de kapper om de hoek.

Toch doe ik net alsof ik ze lees, anders moet je met andere wachtende klanten praten. Die conversatie is zelden spiritueel. Nooit vraagt iemand aan je: wat vind jij van de opwarming van de aarde? Ze kijken je aan en zeggen: ‘Ik heb een hond met schurft. Hij heet Annet. Het is een mannetje. Lachen toch?’

Daarna het gesprek met de kapper. Ik kan dat niet, praten via een spiegel, dus draai ik steeds mijn hoofd om en dan gaat mijn wang langs hun kruis. Als het haar is gewassen moet je dingen zeggen als: ‘O, je gaat met een huifkar door Ierland reizen, leuk.’ of ‘Ja, je hebt gelijk. Een opgezette zwaan midden in je kamer is helemaal van nu.’

Daarna laten ze je in een spiegel je eigen achterhoofd zien en verkopen ze je een gel voor een bedrag waar je een week van had kunnen eten. Voor mij verandert er dus heel weinig na 2 maart.

Nico Dijkshoorn schrijft twee keer per week een column voor Het Parool, en spreekt zijn bijdragen ook in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden