Opinie

‘We mogen dit niet accepteren, kom in actie tegen sissende schoften’

Straatintimidatie is aan de orde van de dag en de politiek vindt dat het moet worden aangepakt. Hoog tijd voor actie, maakt VVD-raadslid Claire Martens duidelijk met een persoonlijk verhaal.

Beeld Nastia Cistakova

‘Kankerhoerrr!’ Zo maar een belediging die ik op een zonnige zaterdagmiddag naar mijn hoofd geslingerd kreeg. Verbaasd, maar dit is niet de eerste (of tweede) keer. Ik loop door richting de supermarkt in mijn nieuwe buurt, Amsterdam-West.

Bij de winkel ontvang ik een tweede verwensing, deze keer door jongens van rond de twintig, ditmaal een stuk intimiderender. “Gore kankerhoer, loop maar door, kijk hoe je erbij loopt, kankerslet,” nadat ik niet reageerde op het welbekende ‘Hey! Pssst!’.

‘Oké Claire, welkom terug in West,’ denk ik.

Straatintimidatie is geen nieuw fenomeen. We lezen in de krant over vrouwen die al sissend worden lastiggevallen. En waar mijn oma vroeger met een blos op de wangen het fluitconcert van de bouwvakkers op de hoek in ontvangst nam, geven de teksten die ik naar mijn hoofd krijg weinig reden tot blozen.

Soms deel ik het met vriendinnen, zo’n interactie op straat met iemand die het nodig vindt mijn geslacht of outfit te veroordelen en me uit te maken voor hoer of slet. Als vrouwen onder elkaar knikken we vaak medelevend wanneer iemand haar ervaring deelt, maar gaan we toch vaak direct over tot de orde van de dag. Ook toen een goede vriendin vertelde dat ze met haar vriendin liever niet hand-in-hand over straat liep in sommige buurten.

Achteraf reflecterend moet ik concluderen dat ook ik mijn schouders er net één keer te vaak voor heb opgehaald: het lijkt gewenning te worden. Hoe meer dames ik sprak, hoe zichtbaarder de rode draad werd: acceptatie, het gebrek aan vertrouwen in degene die daadwerkelijk aan de knoppen draait: het stadsbestuur.

Sinds 2017 doet de gemeente op verzoek van de VVD jaarlijks onderzoek naar de omvang van straatintimidatie. De cijfers tonen een verdrietige realiteit: maar liefst 81 procent van de jonge vrouwen tussen de 15 en de 34 jaar meldt straatintimidatie te hebben ervaren.

Telkens wanneer nieuws over dit onderwerp naar buiten komt, wordt het probleem duidelijker. Van socialistisch tot conservatief: de Amsterdamse gemeenteraad is het erover eens dat straatintimidatie onacceptabel is. Het loopt alleen spaak zodra echte actie nodig is. Activistisch links zoekt nog steeds de oplossing in weerbaarheidstrainingen. Volgens mij is dat de omgekeerde wereld: we zetten het slachtoffer in de verkeerde hoek, een averechts signaal richting daders. Want zonder grenzen te stellen, zonder een duidelijk signaal af te geven en te straffen bij grensoverschrijdend gedrag gebeurt er, zo blijkt uit de cijfers, niks.

Tweede Kamer

Maar waarom is het aanpakken van straatterreur jegens vrouwen zo’n gevoelig onderwerp voor bijvoorbeeld de grootste ‘progressieve’ partij van stad? Haar stemgedrag is duidelijk: GroenLinks stemde in 2016 als enige fractie tegen het voorstel van de VVD om straatintimidatie strafbaar te stellen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Dat had politie en handhavers meer handvatten moeten geven om daders aan te kunnen pakken. Ook in 2017 stemde de GroenLinksfractie als enige tegen een nieuwe poging om straatintimidatie strafbaar te stellen, ditmaal van de PvdA.

Wat weerhoudt dit normaliter zo activistische stadsbestuur om duidelijk paal en perk te stellen, ondanks de overweldigende en droevig stemmende cijfers? Is het de angst om te moeten erkennen dat theedrinken of een vermanende vinger van de buurtwerkers niet voldoende is? Of de angst om te moeten toegeven dat sommige wijken in Amsterdam simpelweg minder prettig zijn voor vrouwen of de lhbtq-gemeenschap?

Het initiatiefvoorstel tegen straatintimidatie van toenmalig VVD-raadslid Dilan Yesilgöz-Zegerius met het CDA is alweer een tijd geleden aangenomen. Maar nu blijkt dat strafbaarstelling in de APV geen standhoudt bij de rechter, ligt de bal bij de Tweede Kamer. Die moet straatintimidatie bij wet strafbaar stellen voordat schoften die vrouwen lastigvallen kunnen worden beboet. Maar wachten op die wet betekent niet dat Amsterdam tandeloos is.

Doorpakken

Naar Rotterdams voorbeeld kan Amsterdam doorpakken. Waarom hangen we geen camera’s en extra verlichting op bij risicolocaties, zoals uitgaansgebieden of winkelcentra waar jongeren rondhangen? Waarom laten we onze agenten en handhavers deze jongens niet actief aanspreken op hun gedrag? Wat ons betreft gaan wijkagenten met ouders van minderjarigen in gesprek als zij over de schreef gaan. Zet ook handhaving in burger in. De gemeente voert nu een sterke campagne tegen discriminatie en racisme, met de boodschap dat we in Amsterdam elkaar hebben te tolereren. Dat geldt ook voor straatintimidatie: je tolereert andermans kledingkeuze. Wat ons betreft neemt het college dit structureel mee in de campagne.

Voor mij zal er geen dag komen waarop ik twijfel over wat ik wel of niet kan aantrekken. Of het nou een pak is als ik me richting de raad begeef, of een jurkje wanneer ik ga genieten op het terras. Het mag niet zo zijn dat Amsterdamse vrouwen rekening moeten houden met wat zij wel of niet aantrekken of hun schouders ophalen voor een opmerking als ‘hoer’.

We mogen en moeten dit niet accepteren. Het is tijd om de norm te zetten. In Amsterdam mag je dragen wat je wilt, en elke schoft die zich niet kan gedragen, dient hier de gevolgen van te ondervinden.

Claire Martens, VVD-raadslid, heeft onder andere economische zaken en armoedebeleid in haar portefeuille.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden