Opinie

‘We moeten onze verwachtingen van verpleeg­huiszorg bijstellen’

Huisarts Mirella Buurman vraagt zich na de ophef rond Vondelstede af waar de grenzen van zorg liggen. Wie verwacht dat zijn geliefde zes tot acht uur ­lepeltje voor lepeltje gevoed wordt, wil volgens haar te veel.

Zorginstellingen hebben te weinig personeel om alles voor de patiënten te doen wat volgens familie nodig is. Beeld Hollandse Hoogte / Berlinda van Dam

In Het Parool van zaterdag 20 juli stond een artikel over vermeende misstanden in verpleeghuis Vondelstede. ­Familieleden van bewoners klaagden over te weinig eten, hygiëne en bescherming tegen vallen. De oorzaak hiervoor zou het inrichten van zelf­sturende teams zijn. Ook de inspectie constateerde dat Vondelstede op acht van de elf normen tekortschiet. Aan de betrokkenheid en liefde van de medewerkers voor de bewoners zou het niet liggen. Wel aan de hoeveelheid werk. Er is onvoldoende tijd en energie om de ouderen in huis de zorg te geven ‘die nodig is’.

De zorg die nodig is… Wie bepaalt welke zorg nodig is? Wat mag je verwachten van de zorg in een tijd waarin het tekort aan zorgpersoneel alleen maar oploopt?

De voorbeelden in het artikel lijken mij niet exclusief voor Vondelstede. Ik ben huisarts en hoor deze verhalen ook over andere verpleeg­huizen. Ik wil ze gebruiken om duidelijk te maken dat we te hoge verwachtingen hebben van verpleeghuiszorg.

Volgens familieleden is het bijvoorbeeld ­nodig dat iemand urenlang naast een vergevorderde parkinsonpatiënt of dementerende gaat zitten om die hapje voor hapje te voeren. Een van de familieleden had dat uiteindelijk zelf gedaan. “Zo gaf ze hem, lepeltje voor lepeltje, zes tot acht uur per dag te eten en te drinken.”

Het resultaat was dat haar man inderdaad weer aankwam. Zijn doorligwonden genazen. Na zes weken (6 weken maal 7 dagen maal 6 uur lepeltjes voeren = 252 uur voeren) was hij 10 kilo zwaarder. Mijns inziens is dit een voorbeeld van onbaatzuchtige liefde van deze vrouw voor haar man, maar niet iets wat je van verzorgend personeel kan vragen.

Inhuren

Een ander familielid stelde aan het personeel voor om iemand apart in te huren om haar moeder te helpen bij het eten. “Dat je dat in een verpleeghuis moet zeggen: ‘Ja, graag, huur maar iemand in om je moeder te voeden.’ Een gotspe. Ik wil niet dat mijn moeder ondervoed het loodje legt.”

Ondervoeding, vallen en zwerven zijn algemene kenmerken van aandoeningen waarvoor mensen in een verpleeghuis terechtkomen. ­Uiteraard moet een verpleeghuis dit zo veel mogelijk voorkomen, maar daar zijn grenzen aan.

Wie verwacht dat zijn of haar geliefde gedurende zes tot acht uur lepeltje voor lepeltje gevoed wordt, vraagt in mijn ogen te veel van de zorg. Zoveel uren besteden aan één persoon is geen redelijke eis. Zes uur lang voeren. Wie wil er dan nog werken in de zorg? Er zijn genoeg geliefden die dat niet voor elkaar opbrengen.

Te gevoelig

Als we niet willen dat onze geliefden ondervoed raken, vallen of gaan zwerven terwijl ze een ziekte hebben die daartoe leidt, zullen we op een gegeven moment zelf ook moeten gaan ­zorgen.

Over de grenzen aan de zorg in een verpleeg­huis zijn we niet helder, niet in de zorg en niet in de politiek, dat is te gevoelig. Jammer, want er komen steeds meer hoogbejaarden die 24 uurszorg nodig hebben en er zijn steeds minder mensen om die zorg te leveren.

Door niet helder te zijn over de grenzen aan de zorg ontnemen we familieleden de kans om een deel van de zorg op zich te nemen of hier op zijn minst over na te denken. We zullen in ieder geval onze verwachtingen van wat de verpleeg­huiszorg kan en wil bieden moeten bijstellen. 

Mirella Buurman, huisarts te Amstelveen.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden