Linda Duits Beeld .

We moesten en zouden een wereldstad ­worden. Toen dat lukte, schrokken we

Plus Linda Duits

Toen ik Amsterdam ontmoette, was de stad stad. Regelmatig ging ik met mijn moeder en tante naar de Albert Cuypmarkt. “Hier moet je bij het oversteken ook opletten als het licht groen is,” waarschuwden ze me. Als 12-jarige ging ik met mijn nichtje naar Dirty Dancing in Tuschin­ski – zonder volwassenen. Mijn ­moeder was woest. De stad was te zeer stad voor onbegeleide kinderen.

Zes jaar later verhuisde ik van Zeist naar De Pijp. Kijk toch vooral uit met fietsen, gaf mijn moeder me niet geheel onterecht mee. Tegenwoordig laten toeristen onbekommerd hun klungelige kroost door de spits peddelen. Vrijwel alle fiets­paden zijn nu vrijliggend, alleen de Van Wou herinnert nog aan de vergane verkeerscultuur.

Voor het dorpse meisje was het Amsterdam van de jaren 90 een magische metropool, een ­balzaal voor baldadige geesten. New York, maar dan in Nederland. Met het Red Light District en de gays, met de vuigheid en de grootstedelijke problemen: verslaving, criminaliteit, verval. De echo van de roerige jaren 80 was hoorbaar. Kraken gaat door, beloofde de graffiti. De wc’s op de universiteit hadden blauw licht om slimme junks tegen te werken.

Ik maakte me de identiteit van de stad eigen. Ik keek AT5, leerde schelden met ‘pannenkoek’ en werd dronken bij Nol. ‘Je krijgt op je kanis, je fiets wordt gejat, maar wat moet je doen als je Mokum niet had.’

De affectie van studenten, queers en andere rafelrand­zoekers is niet toereikend voor een wereldstad. We bestonden internationaal wel, maar met een imago dat alleen zulke marginale groepen aansprak. Aan hen heb je niets voor je internationale concurrentiepositie, een term die opgeld deed in diezelfde jaren 90. Alles werd economie, stupid.

Voor de koopkrachtige toerist waren we te groezelig, voor de werkverschaffende multinational te provinciaals. Dus kwam er marketing en werd gentrificatie gestimuleerd. Verbouwen, opknappen, herinrichten. Hoe netter we werden, hoe meer mensen er kwamen.

We wilden een wereldstad ­worden, maar toen we het ­eenmaal waren, schrokken we. We weten niet wat we ermee aan moeten. Iedereen haat toeristen en klaagt over expats. Grootstedelijke problematiek betekent nu: volle straten en dure huizen.

Er zijn twee oplossingen. De eerste is dat we weer minder zindelijk en zedelijk kunnen worden, weer buiten de lijntjes gaan kleuren. Meer seks (raamprostitutie uitbreiden), meer drugs (xtc in de smartshop), meer rock-’n-roll (vrij baan voor raves en festivals). Maar ik ben niet de baas. Bovendien, dat vuige Amsterdam dat ik schetste is een mythisch verleden, een inbeelding van een tiener die aan burgerlijkheid wilde ontsnappen.

De andere optie is dat we leren delen. Het is tenslotte onze ­eigen schuld. We wonen in de mooiste stad ter wereld, maar waren te megalomaan om dat voor ons te houden.

Linda Duits, schrijver en onder­zoeker gender- en mediastudies, ­vervangt Patrick Meershoek ­tijdens zijn vakantie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden