Plus Column

'We komen eigenlijk alleen maar bij nette mensen'

Yasmina Aboutaleb Beeld Agata Nowicka

Hoog op mijn to-dolijstje, vlak onder 'tochtstrips plaatsen' en 'de oven grondig schoonmaken', staat het al jaren. Om precies te zijn sinds ik er als student op de Prinsengracht getuige van was hoe een paar huizen verder een monumentaal grachtenpand veranderde in een gapend zwart gat: rookmelders ophangen.

Dus toen ik onlangs op de radio hoorde dat je de brandweer kunt inschakelen voor een persoonlijk brandveiligheidsadvies, was een afspraak snel gemaakt.

Twee man sterk arriveerden ze. De bluswagen parkeerden ze op de stoep.
"We kunnen ieder moment een melding krijgen, en dan moeten we meteen uitrukken," zei de een toen ze midden in mijn woonkamer stonden, die opeens veel kleiner leek nu hij gevuld was met twee brandweerlieden in tuinbroek en op kisten die tot halverwege de kuit zaten dichtgesnoerd.

De ramen trilden als ze spraken, het geluid van Purmerend, of Oostzaan. Hard en betrouwbaar. Maar vooral hard.

"Het was ook te ver om te lopen," zei de ander.

Ze kwamen van de kazerne in de Dapper­straat, zei de grootste van de twee terwijl hij met een iPad stond te hannesen. "Allemaal up­dates," zei hij.

Ze keken de woonkamer rond terwijl ze wat details over de woning vroegen en ik twee rookmelders overhandigd kreeg. "Kun je gewoon met kit aan je plafond plakken."

Ik knikte.

"Wat doe je bij vlam in de pan?"

"Eh... dan leg ik er iets overheen? Een theedoek?"

"Dat is zuurstof. Dat moet je dus nooit doen. Voor een brand heb je drie dingen nodig: brandbare stof, temperatuur en dus zuurstof. Heb je een blusdeken?"

Ik schudde mijn hoofd.

"Zou je eigenlijk moeten hebben."

"Heb ik ook niet, hoor," zei de ander. "Een loodgieter heeft ook altijd een lekkende kraan."

Ze wilden de keuken zien, en toen de meterkast, toen de trap op naar de hoofdaansluiting van de gasleiding. Het was allemaal keurig in orde.

Terwijl de een me wees wat de beste plek voor de rookmelder op de bovenverdieping was, maakte de ander de relatieve zinloosheid van hun gratis brandveiligheidsservice duidelijk.

"We komen eigenlijk alleen maar bij nette mensen," zei hij. "Die ons niet nodig hebben. De mensen die ons wel nodig hebben, zien we pas als het te laat is."

Toen sjouwden ze zichzelf weer de trap af.

"Dan hoop ik jullie nooit meer te zien," zei ik toen we afscheid namen.
Ze probeerden te doen alsof ze het een leuke grap vonden.

"In de kroeg kan natuurlijk wel," zei de grootste van de twee. Ik keek zo'n beetje naar het plafond, naar de plek waar de rookmelder moest komen, en noteerde op mijn to-dolijstje: kit kopen.

Yasmina Aboutaleb (1986) rapporteert op vrijdag voor Het Parool vanuit de stad. Lees al haar columns terug in het archief.
Reageren? yasmina@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden