Femke van der Laan. Beeld Agata Nowicka

We kijken hoe de man vliegert op het dak

Plus Femke van der Laan

Het is maandagochtend en nog niet helemaal licht buiten. De oudste roept vanuit haar slaapkamer. Ze heeft het gordijn opengedaan. Ik hoor haar zeggen dat er een man is op het dak aan de overkant. Met een vlieger. “Kom eens.”

Ik heb me net afgedroogd. Ik heb nog geen kleren aan. De man met de vlieger op het dak aan de overkant kan wel even wachten. Net zolang tot ik mijn kleren aan heb. Net zolang tot hij gewoon een bouwvakker zal blijken. Die een dakgoot komt maken. Of een isolatieplaat vervangen.

De middelste en de jongste gaan wel kijken. Ik hoor ze praten. Met z’n drieën. Over een touw dat in de knoop zit. Over genoeg wind. Over harder rennen. Er is niemand die zegt dat het gewoon een bouwvakker is.

Ik trek een trui over mijn hoofd en loop de slaapkamer in. Ze staan op een rijtje bij het raam. Ik schuif ertussen en leg mijn voorhoofd tegen de ruit. Aan de overkant, op het platte dak, staat een man. Met een vlieger.

“Hij heeft hem net weer uit de knoop.”

Ik zie hoe de man zijn vlieger in de lucht gooit. Het is een gouden vlieger. Met kleine blauwe lampjes. Het touw van de vlieger is vastgemaakt aan een vishengel. Die houdt de man boven zijn hoofd terwijl hij hard naar achteren loopt.

“Het is echt een man met een vlieger.”

“Ja.”

We kijken hoe de man vliegert op het dak. Hoe hij heen en weer rent met de vishengel. Hoe hij steeds weer geduldig het touw uit de knoop haalt, de vlieger een zetje geeft en de hengel omhoog steekt. Af en toe zegt eentje van ons zachtjes “Oeh, bijna!” of “Die ging goed”. Alsof dat is wat je doet als iemand op een maandagochtend met een gouden vlieger aan een vishengel over de daken rent: kijken en zachtjes aanmoedigen.

Later bel ik de politie. Als de man al achteruit rennend steeds vaker gevaarlijk dicht de rand nadert. Dan moedigen we niet meer aan. Dan houden we ons hart vast. Ik vertel aan de telefoon over de man met de gouden vlieger. De vishengel. De rand van het dak.

“Maakt hij een verwarde indruk?”

Ik noem nog een keer de vlieger, de hengel, de rand.

Als ik heb opgehangen legt de man de hengel neer. Het is nu zo licht buiten dat ik zijn gezicht kan zien. Hij kijkt tevreden. Even rekt hij zich uit en dan verdwijnt hij door een luik in het dak. Naar binnen.

Ik kijk opzij. Het is stil in de slaapkamer. We maken een verwarde indruk.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden