Femke van der Laan. Beeld Artur Krynicki
Femke van der Laan.Beeld Artur Krynicki

We houden de vrouw met onze ogen op haar plaats

PlusFemke van der Laan

Ik zit op mijn bed met mijn rug tegen de muur en mijn laptop op schoot. Vandaag ben ik aan de beurt. Vanmorgen was ik de eerste, vroeg ik als eerste, aan mezelf, of ik op mijn bed mocht. Ik vond het goed. Meestal zit hier overdag een kind, les te volgen, huiswerk te maken, op de deken of half eronder. Dan voel ik ’s avonds als ik in bed lig en me omdraai of een been uitstrek, een boek bij mijn tenen, biologie, Frans, wiskunde, of een schrift, nog open bij de aantekeningen over het feodale stelsel of bij een opdracht met werkwoordvervoegingen. Soms hengel ik met mijn voet het boek naar boven, andere keren duw ik hem met mijn teen juist verder weg, aan de kant. Vanavond hoef ik niet te duwen of te hengelen. Ik laat niets achter.

De oudste is net bij me komen zitten. Daarna de jongste. Toen de middelste. We kijken uit het raam. Daar mogen we niet mee stoppen.

Op een van de balkons die uitkijkt over de binnentuin, staat een vrouw op een keukentrapje. Ze is bezig een stuk vitrage vast te knopen. De oudste had gevraagd waar dat voor was. Ik had gezegd dat ik dacht dat het voor de duiven was. Of eigenlijk ertegen. Dat ze probeerde te voorkomen dat de vogels een nest konden maken op haar balkon. Dat de donkergrijze kunst­vogels op de rand niet genoeg afschrikten. We vonden dat ze gevaarlijk bezig was. De jongste vond dat even later ook. Hij vroeg wat ze deed. Ik vertelde het korter, van de duiven en de nesten. Hij bleef ook kijken. Daarna vroeg de middelste zich af wat er gebeurde. Ik hield het bij ‘tegen de duiven.’ Ook zij ging de kamer niet uit, zei ‘gevaarlijk, zeg’ en kroop op bed. Daar zitten we nu alle vier.

Ik vraag het ze niet, maar ik weet dat ze blijven kijken zodat de vrouw niet valt. Ik voel dat ook. Nu ik haar heb gezien, hoe ze daar staat op het trapje en boven haar hoofd, boven haar macht, de vitrage probeert vast te maken aan hetzelfde oogje als de waslijn, en daarna aan een haak, is het mijn verantwoordelijkheid dat het goed gaat, moet ik ervoor zorgen dat ze haar evenwicht niet verliest. We houden haar met onze ogen op haar plaats, in bedwang, en met onze adem, die we inhouden. Tot ze klaar is. Tot haar balkon gesluierd is. Pas daarna laten we haar los.

Als ze de twee treetjes van de keukentrap afdaalt, hoor ik vier zuchten. Ze gaan een voor een het bed af. De middelste vergeet haar pen.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden