Column

We hebben nog maar even voordat we dinosaurussen worden

James Worthy Beeld Agata Nowicka

Als er geen dichters meer zijn, wie maakt dan de waarheid mooier?

Wie maakt dan nog een splinter van dat wat kolossaal is?

Wie kruipt er onder je huid en zet de kachel aan?

Wie geeft het onbekende een naam, zodat we onszelf leren kennen?

Wie blaast het minuscule zo op dat het onvoelbare een ogenblik lang gevoeld kan worden?

Vorige week twitterde mijn favoriete astrofysicus dat de zon over vijf miljard jaar zal sterven. We hebben dus nog maar even, nog maar even voordat we dinosaurussen worden. Alhoewel, van dinosaurussen worden soms botten gevonden, van ons zal niemand ooit iets vinden.

Het zal lijken of we nooit hebben bestaan en na een tijdje zal het niet alleen zo lijken, nee, dan zal het zo zijn. We zijn hier nooit geweest. In andere sterrenstelsels zullen ze over ons praten zoals wij, toen we er nog waren, over de tandenfee en de paashaas praatten.

De mensheid uitgewist als de sommen van gisteren op het schoolbord.
Dat wat ons ooit verwarmde zal ons laten verdampen. Alle herinneringen vervlogen, net als het bewijs van ons bestaan.

Onze graven, de geschiedenisboeken, die liefdesliedjes die altijd te laat werden geschreven en de gevonden-voorwerpenkisten die vol zaten met de dingen die we niet terug wilden vinden.

Alles, gereduceerd tot een stofwolk. Onze liefdes, onze foto's, onze diploma's, onze oorlogen en de drinkbakjes van onze huisdieren; voor ons betekende het ooit alles, maar in andere sterrenstelsels zullen ze er door hun telescopen naar kijken en ruimteschroot zien.

Ik hoop dat er die dag, al doen we naar alle waarschijnlijkheid niet meer aan dagen als de aarde niet meer bestaat, een klein deurtje open zal gaan in de ruimte. En dat er een aantal dichters verschijnt. In stilte bezemen ze de aarde bij elkaar.

Een dichter stoffert zijn blik vol en gooit onze resten in een grote boodschappentas. Hij lacht in zichzelf als blijkt dat de aarde in een boodschappentas past.

De dichter leegt de tas in een doodskist en knikt naar zijn gabbers. Ze tillen de kist op en dragen de aarde op hun schouders de Melkweg uit. Ze lopen, en ze lopen, de lichtjaren worden dichtjaren. Ze begraven de aarde op de mooiste planeet in de Andromedanevel.

Er is niemand op de begrafenis van de aarde. Helemaal niemand. Onze aarde had geen vrienden. Dus de dichters praten. Ze zijn de stem van de vergetenen en het geweten van de dingen waar niemand het bestaan van wist. Wonderschoon dichtend geven ze de aarde terug aan een andere aarde. Een aardigere aarde.

De dichters gooien wat sterrenstof op de kist en spreken in een taal die niemand meer verstaat. Ze draaien zich om en kijken naar de plek waar de aarde ooit hing.

Als je na twee weken kamperen de tent afbreekt, zit er een lichte plek in het gras en als je zestig jaar in een huis woont en je pakt een schilderijtje van de muur, zie je hoeveel je hebt gerookt, maar als de aarde vergaat, blijft er niets achter.

De dichters staren naar die plek. De plek waar die toverboon ooit zweefde. Ze zien zelfs geen litteken. Niets. De allesomvattende zinloosheid van ons bestaan hangt naakt voor ze.

De dichters kijken naar het gat en dromen over de sommen van gisteren.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden