Natascha van Weezel Beeld Agata Nowicka

We bestellen een glas prosecco en proosten op onze oma’s

Plus Natascha van Weezel

Nancy komt aangereden op haar motor. Zoals altijd kijk ik met een mengeling van verbazing en bewondering naar het stoere ding. Op het eerste gezicht kunnen ­Nancy en ik niet meer van elkaar verschillen: zij is blond en lang, ik ben donker en klein. Zij is gymlerares, ik heb een hekel aan sport. Zij houdt van lange wandelingen in de natuur, ik ga de stad zo min mogelijk uit. Toch zijn we door het leven aan elkaar verbonden.

Ik herinner me nog goed hoe mijn oma Carry op een dag verkondigde dat we belangrijk bezoek kregen. Ik was dertien jaar en hing wat rond in haar appartement in Buitenveldert. De puberteit was net aangebroken en ik wilde me het liefst terugtrekken in een hoekje of desnoods gaan winkelen op het Groot Gelderlandplein. Op bezoek zat ik in elk geval niet te wachten.

Oma stelde me voor aan haar vriendin Gerda en dier kleindochter Nancy. Ze was een jaar ouder dan ik en ­torende ook toen al een flink stuk boven mij uit. We ­gingen op zoek naar gemeenschappelijke interesses. Veel verder dan een gedeelde liefde voor chatten op MSN Messenger kwamen we niet. Toch werden we ­penvriendinnen, alleen omdat onze oma’s dat zo graag wilden.

Later begreep ik pas waarom Carry het noodzakelijk vond dat Nancy en ik vriendinnen zouden worden. In 1942 kreeg mijn oma, destijds een jonge Joodse vrouw, een oproep om te gaan ‘werken’ in een kamp in Polen. Dat wilde ze niet, want ze had last van koude voeten en vreesde dat dit in een koud land als Polen nog erger zou worden.

Dat betekende dat ze moest onderduiken. Via een buurman kwam ze in contact met de overgrootouders van Nancy. Zij smokkelden mijn oma en overgroot­vader naar de Zaanstreek, waar ze twee jaar verbleven. Gerda, nog een klein meisje, drukte extra voedsel­bonnen achterover zodat mijn oma en haar vader konden eten. Op die manier overleefden Carry en mijn overgrootvader Isaac de oorlog.

Twintig jaar na onze eerste ontmoeting betreden Nancy en ik de bruine kroeg waar we hebben afgesproken. We praten over werk, mannen en vakanties. Over de oorlog hebben we het zelden. Tegelijkertijd kan ik me nooit onttrekken aan de gedachte dat míjn familie nu leeft door de moed die Nancy’s familie tijdens de donkerste periode van de vorige eeuw heeft getoond.

We bestellen een glas prosecco en proosten op onze oma’s. Daarna keuvelen we gezellig verder over het ­televisieprogramma Expeditie Robinson en haar nieuwe tatoeage. Misschien niet de meest heldhaftige ­thema’s, maar dat is nou eenmaal hoe het leven ­(verder)gaat.  

Natascha van Weezel (33) is journalist. Elke dinsdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden