Roos Schlikker. Beeld Lin Woldendorp
Roos Schlikker.Beeld Lin Woldendorp

‘Wat was ’t liefste dat je zag vandaag?’

PlusRoos Schlikker

Ik noem haar Wilhelmina Kuttje, net als het karakter uit Ronflonflon dat zich opdringt om met zware stem en zwaarder gemoed poëzie te declameren (“Herfst uit de bundel Herfst”) en zo eenieders levenslust kan doen verkruimelen (“Ik zie geen mooie luchten en geen gouden bladerprachten, ik zie verrotting en bederf. Ik ril in gure, lange nachten, ik ruik de dag waarop ik sterf.”).

Ze draagt een regenjas en platte schoenen, haar mond is breedgestreept als een brievenbus. ’s Avonds laat komt ze langs en zucht. Ik weet dat ik me moet weren, maar ben te traag, dus begint haar opsomming van akeligheden. “Terrassen blijven eeuwig dicht. Geprivilegeerde spirihippies stemmen steeds vaker extreemrechts. Weet jij of je kinderen echt gelukkig zijn? De wereld verzuipt, wat is jouw rol daarin? Heeft het leven überhaupt zin?”

Ze woont in mijn hoofd. Overdag sluit ze zich op in een matig verlicht kamertje, maar als de vermoeidheid intreedt, slaat Wilhelmina toe.

Het gaat al weken zo. In tegenstelling tot mijn normale blij-ei-gemoed zijn de avonden somber doordat zij snerpt: “Wat was het allerergste van vandaag?”

Gisteren had ik er genoeg van en besloot ik tot een wedervraag. Eentje die ietwat tuttig klonk, iets voor Instameisjes die #blessed hashtaggen. Maar psychologisch onderzoek onderstreept dat dankbare mensen zich daadwerkelijk gelukkiger voelen. Daarom zei ik: “Zeg Wilhelmina, wat was ’t liefste dat je vandaag zag?” Onwillige blik. Ik gaf mijn eigen antwoord: één zoon die tijdens Legomasters twintig keer zorgzaam het bankdekentje over de voetjes van zijn logerende vriendinnetje drapeerde, de ander die in bed de slappe lach kreeg om een mop (“Hoe heet de vrouw van Messi? Vorkie, wahahaha!”)

Wilhelmina ontsnapte een ironisch getuttut, maar dat remde me niet. Ik had dezelfde vraag op twitter gesteld en noemde enkele reacties: “Grote broer en kleine zus die elkaar door de mooiste pirouettes heen coachten. Zij in polkadot-tutu, want bijna 3, hij op dinosokken want al 5 en stoer, rond en rond met armen wijd op één been.”

“Mijn hondje dat me smekend aankijkt in een enorme hagelbui, gaan we nu weer naar huis…?”

“Mijn dochter die na lang aandringen een trouwjurk ging passen. En in tranen uitbarstte toen ze in de spiegel keek.”

Wilhelmina Kuttje siste: “Kap met die zoetigheid. Je kunt alle ellende niet met stroop besmeren.” Daar had ze gelijk in. Maar soms zit die er wel op. Als je maar kijkt.

Dus las ik het berichtje voor van een vrouw die me keihard tussen de ogen raakte. Want wat was het liefste dat ze die dag zag? “Mijn man, die niet lang meer te leven heeft, die naar mij glimlachte en mij ontroerde. En ik besefte dat ik hem eigenlijk nu al mis.”

Ik keek op van de klap waarmee Wilhelmina haar kamerdeur dichtknalde. Sindsdien weigert ze zich te vertonen. Want streepmonden haten ontroering. Lief verdriet doodt cynisch geklaag.

En ik, ik wil mijn armen om de twitterdame heenslaan. Omdat ik door haar zag dat het allerergste van vandaag soms tegelijk het dierbaarste is.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden