Maarten MollBeeld Sjoukje Bierma

Wat moet er zijn gebeurd om in een auto te gaan wonen?

PlusMaarten Moll

De keurige blauwe Ford Mondeo heeft er zo’n twee weken gestaan. Hij hield een vaste plek bezet op de ­parkeerplaats voor de flat.

Op een ochtend, ik liet de hond uit, zag ik een man uit die auto stappen.

Hij rekte zich uit. Maar niet zo onbeschaamd als iemand die zich onbespied acht.

Goed verzorgd, zo op het eerste gezicht. Middelbare leeftijd, overhemd, losse stropdas. Blinkende ring. Een niet al te groot horloge.

De auto zat propvol met spullen. Op de achterbank zag ik een tafeltje, een stoel. Een grote kapstok. Dozen en een wasmand met kleren op de bijrijdersstoel. Een roze fleecedeken hing over een hoofdsteun.

De volgende ochtend stond de auto daar weer. Met de man slapend achter het stuur. Zelfde stropdas.

De auto nog steeds propvol met spullen.

Er was dus niet verhuisd.

Ook de ochtenden daarop zag ik hem, soms nog in zijn auto, soms scharrelend rondom. Een keer met een beker dampende koffie (of thee) in zijn handen. Geen idee hoe hij daar aan gekomen was.

De auto stond er dag en nacht.

Overdag zag ik de man nooit samen met zijn auto.

Ongegeneerd heb ik een keer naar binnen gekeken. In de wasmand keurig gestreken en opgevouwen overhemden. Dure, zo te zien. Het nieuwste nummer van Voetbal International op het dashboard.

Voor de bijrijdersstoel zes anderhalveliterflessen water. En twee pakken Tucjes, waarvan een aangebroken.

Op de achterbank stond een lavalamp. Die associeerde ik met een kinderkamer.

Wat moet er zijn gebeurd om in een auto te gaan wonen?

Veel kan leiden tot ontsporing.

Vorige week zag ik hem al heel vroeg naast zijn auto staan. Rode vlekken in zijn gezicht.

Hij had een sprietachtige kamerplant in zijn handen. In zo’n terracottakleurige plastic bloempot.

Er zat een gat in het plastic.

De plant zag er dood uit.

Iets verderop een prullenbak.

De man twijfelde. Zette een stap richting afscheid, deed weer een stap terug.

Misschien verbeeldde ik het me, maar ik dacht dat hij tegen de plant praatte.

Hij bleef nog behoorlijk lang met de plant staan.

Toen plaatste hij bijna teder de pot met plant weer terug op de achterbank.

Misschien is de plant naar beneden gegooid door zijn woedende vrouw.

Heeft hij goede herinneringen aan die plant.

Was het een cadeau.

Een paar dagen later was de auto verdwenen.

Ik bleef er elke ochtend naar zoeken.

Gek hoe snel je je aan iets gaat hechten.

De laatste keer dat ik de man zag, zat hij zich achter het stuur te scheren.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden