Plus Column

Wat lijkt op volle maan, maar is het niet?

Thomas Acda Beeld Wolff

Of het volle maan is ofzo? De vraag komt in het ­donker vanuit de diepte van het dikke dekbed naast me. Ik ben inmiddels zo lang wakker dat ik meteen het 'ofzo'-gedeelte ga analyseren. Hoezo 'ofzo'? Volle maan of... zoiets als volle maan?

Wat lijkt op volle maan, maar is het niet? Ik ben al zo lang met de vragenstelster getrouwd dat ik donders goed weet dat ik deze gedachte niet moet uitspreken. A: dit is haar vak. B: het maakt mij al honderden liedjes geen moer uit of het taalkundig al dan niet klopt, zolang het maar zegt wat ik wil dat het zegt. En C: we hebben het allebei niet zo op met dit soort ­opsommingen en betweterigheid.

'Ik denk het,' zeg ik en verlaat het bed. Het is half vier als ik in de woonkamer sta. Een kerstboom zonder lichtjes ziet eruit als een door de hele klas met troep en ­toiletpapier volgehangen gepest kind.

Ik zet een espresso. Nooit last van gehad, cafeïne. Terwijl ik het voor me uit mompel, slaat de ironie van deze opmerking me dwars over het hoofd. Omdat ik wakker ben en omdat ik wakker ben. O o o, denk ik, laat Wim Daniëls het niet horen.

Hoe zou hij dit noemen? Een dubbele samentrekking? Whatever. Wij liedjesschrijvers ­mogen dat, meneer Daniëls. Alleen sollicitanten op een baan die communicatieve eisen stelt, moeten een beetje oppassen.

Er flikkert iets aan de overkant. Een fel wit licht, alsof een fotograaf portretten schiet. Maar ik zie niemand. Het is een alarm. Iets waarschuwt iemand ergens voor. (Ik weet het, Wim, het is half vier, ga slapen.)

Wordt er ingebroken? Ligt er ­iemand met een TIA of hartaanval in zijn voor invalide bejaarden aangepaste douche-toiletruimte en heeft die nog net het koord kunnen pakken om het alarm aan te zetten?

Ik bel 112. Misschien mag dat niet 'omdat het hier een weliswaar levensbedreigende situatie betreft, maar alleen voor het slachtoffer zelf en niet voor omstanders'. Een ander nummer ken ik niet en als ik nu nog moet gaan zoeken, is oma misschien al dood.

"Wie wilt u spreken? Politie, brandweer of ziekenauto?"

Weet ik het. Misschien alleen een elektricien. Ga nou maar kijken!

'Met de politie?'

"We gaan kijken, meneer."

Dertien minuten later is dat precies alles wat ze doen. Niemand stapt uit.

Mijn telefoon gaat over.

'We kunnen niets doen, want we zien niets.'

Ja, hallo, op die fiets zit ik ook bij de ­politie. Ik denk het, maar ik zeg niets.

Waarom is het eigenlijk zo licht?

Ah, nou zie ik het. Volle maan.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van 'de' Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden