Column

'Wat is juist in een wereld waarin ouders te vroeg sterven?'

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Op het Amstelveld zitten twee kinderen te stoepkrijten. Het zijn een jongen en een meisje. Ik kijk al tien minuten naar ze en ze hebben nog geen woord met elkaar ­gewisseld. Dus de kans dat ze broer en zus van elkaar zijn is groot.

"Wat zijn jullie aan het maken?" vraag ik.

"We proberen onze vader over te halen om terug te ­komen," zegt het jongetje.

"En daarom schrijven we KOM TERUG op de straat," vult zijn zusje aan.

"Nou, hij komt vast wel terug als hij dit ziet. Is hij al lang weg?"

"Mijn moeder zegt dat het haar schuld is dat hij weg is. Ze heeft iets gedaan waardoor hij heel boos is geworden. Hij schijnt nu in een hotel te wonen."

"Wat missen jullie het meest aan hem?"

"Zijn wentelteefjes in de ochtend," zegt het meisje. Ze draagt transparante waterschoenen en heeft heel blauwe ogen. Als je in het vliegtuig boven Zuid-Frankrijk vliegt, zie je veel zwembaden onder je liggen. Haar ogen lijken op zwembaden vanuit een vliegtuig gezien.

"Ik mis zijn grapjes. Mamma zorgt goed voor ons, maar pappa kan ons de slappe lach geven. Een paar dagen voordat hij naar het hotel verhuisde, ging de deurbel. Het was nog best vroeg. Er stond iemand met een pakketje voor de deur."

"En in de verte kon ik pappa ­horen mopperen dat hij geen onderbroek kon vinden. Een paar tellen later trok hij onze voordeur open. Hij had alleen maar een T-shirt aan. De bezorger wist niet waar hij kijken moest. Pappa zette het pakketje op de keuken­tafel en toen zei hij het."

"Wat zei hij toen?" vraag ik.

"'Nu weet ik hoe Donald Duck zich de hele dag voelt.' Dat zei hij. Ik moest zo hard lachen. Op een gegeven moment was ik bang dat het lachen nooit meer zou stoppen."

Ik doe een paar stappen achteruit en laat de kinderen verder krijten. De letters worden steeds dikker en groter. Het meisje probeert haar handen krijtvrij te klappen. Boven het Amstelveld hangt een geelroze wolk.

Er komt een vrouw naast me staan. Ze moet haast wel de moeder zijn. Zo kijkt ze ook. Ze kijkt als een moeder die weet dat de kinderen hun vader missen.

"Wat zijn ze lief, hè? Ik heb nog nooit zoiets gezien. Ze zijn al sinds vanochtend bezig," zegt ze.

"Ik hoop dat je man snel terugkomt. Tenzij hij een klootzak is natuurlijk."

"Nee, hij is geen klootzak, en ook ik hoop dat hij snel weer thuiskomt."

"Als hij dit ziet, moet hij wel terugkomen."

"27 april. Hij is op 27 april gestorven. Ze weten het nog niet, en om eerlijk te zijn weet ik zelf ook nog niet of ik het echt weet. Ik heb gezegd dat ik hem heb weggejaagd en dat hij in een hotel woont. Een duur hotel in de buurt van het Vondelpark. Hij was 42. 42! Hersenen zouden op die leeftijd nog niet zo erg mogen bloeden, toch? Heb jij kinderen? Zou jij het direct vertellen?"

"Ik denk het niet. Ik zou ook even wachten. Ja, ik denk dat je het juiste doet, maar ja, wat is juist in een wereld waarin ouders te vroeg sterven?"

"Kijk ze nou krijten. Ik ben zo bang voor de zomer­vakantie. Ik denk dat ze hem dan pas echt gaan missen. Op de camping. En op het strand. Jezus, ik hoop zo dat hij dit kan lezen. Zijn de letters denk je groot genoeg om ze in de hemel te kunnen lezen?"

"Ja, die zijn groot genoeg."

"Gelukkig."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden