Marjolijn de Cocq.Beeld Artur Krynicki

Wat is dat toch met vossen en boeken?

PlusMarjolijn de Cocq

Wat is dat toch met die vossen? Ze vliegen me om de oren. Kleine Vos dus van Thysa Zevenbergen en Ru de Groen, De jongen, de mol, de vos en het paard van Charlie Mackesy, Vosje van Edward van den Vendel en Marije Tolman, Mijn kleine vos van Britta Teckentrup, Eén vos van Kate Read en we hadden natuurlijk al Vos en Haas van Sylvia Vanden Heede en Roald Dahls De fantastische meneer Vos en de hervertelling De schelmenstreken van Reinaert de Vos door Koos Meinderts, in samenwerking met achttien Nederlandse illustratoren. En dat zijn nog maar de kinderboeken en ook daarvan zijn er vast nog veel meer.

We zouden het een ‘rood wild web’ kunnen noemen, schrijft de Britse ecoloog Adele Brand in het vorige maand verschenen De verborgen wereld van de vos (vertaald door Arthur Wevers, HarperCollins) over de vulpes vulpes, de rode vos, die in Nederland en de tachtig andere ­landen waarin hij voorkomt ‘het hart van het moderne bewustzijn voorziet van een vonk van de wilde natuur.’

Zelf observeert ze vooral vossen in de bossen op het Engelse platteland, maar daar leeft dezelfde vos die je ook aantreft in het hart van Londen. En in Amsterdam – de vos die in 2017 in de Jordaan werd gespot en het nieuws haalde, schrijft Brand, was helemaal niet zo ‘verdwaald’ als gedacht. ‘We zijn de vos aan het herprogrammeren: zijn dieet, territoriumgrootte, sociale interacties, levensverwachting en doodsoor­zaken zijn allemaal door toedoen van de mens veranderd. Zijn dagelijkse leven is gevuld met menselijke geluiden, menselijke landschappen en menselijke gevaren.’

De vulpes vulpes is ook een filosofisch uitgangspunt, in het bij ISVW Uitgevers verschenen en door Thomas Hei vertaalde De egel en de vos van de Lets-Britse filosoof Isaiah Berlin (1909-1997). ‘De vos weet van alles, maar de egel weet één groot iets.’ Met die spreuk – van de Griekse dichter Archilochus – deelde Berlin ­grote schrijvers en denkers in. Plato, Dante en Dostojevski waren in zijn optiek egels, zij zagen de wereld als één geheel. Aristoteles, Erasmus en Poesjkin waren vossen: pluralisten die een veelheid zien. In De egel en de vos (1951) onderzoekt Berlin hoe het zit met Tolstoj aan de hand van de thema’s van Oorlog en vrede.

Dat is natuurlijk voor de liefhebber, maar het ordenend inzicht van egels en vossen is opgenomen in onze cultuur als een manier om de mensen om ons heen in te delen, zoals Michael Ignatieff in zijn voorwoord bij de tweede Britse editie uit 2012 schrijft. Platter geformuleerd, op de achterflap: ‘Wie dit leest, vraagt zich zeker af: wat ben ik zelf, een egel of een vos?’

Ja. Ik ook. Vos, helemaal! 

Reageren? m.decocq@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden