Natascha van Weezel Beeld Agata Nowicka

Wat had ik gedaan? Was hij nu gewond door mij?

Plus

Tijdens een stampvolle zaterdagavond bij Bardak, een nieuwe Tel Aviv-streetfoodbar, proostten mijn goede vriend F. en ik met onze gigantische glazen arak-grapefruitsap.

"Ik ga volgende week een proefles krav maga volgen," verkondigde hij.

"Voel je je erg bedreigd dan, als witte man zonder migratieachtergrond?" grapte ik. Mijn Israëlische neven volgden tijdens hun legertijd namelijk verplicht krav maga om zich te kunnen verdedigen tegen potentiële terroristen. Ze leerden daarbij bepaalde zelfverdedigingstechnieken om de vijand uit te schakelen en zo messteken of geweerschoten voor te blijven.

F. rolde met zijn ogen: "Nee natuurlijk niet. Ik hou gewoon van sporten die me fysiek uitputten."

Ik kon me er weinig bij voorstellen en nipte aan mijn cocktail.

"De leraar heet trouwens Gilad Cohen." De muziek stond inmiddels zo hard dat F. schreeuwde.

Omdat ik indruk op hem wilde maken met mijn (geringe) kennis van het Hebreeuws, drukte ik F. op het hart dat hij zijn docent moest begroeten met 'benzona'. Dat woord had ik geleerd van mijn neven en betekent zoiets als 'hoerenzoon'.

De volgende ochtend bedacht ik dat het misschien toch niet handig was om dit tegen een professionele vechtsporter te zeggen. Wat als hij de grap niet zou begrijpen? Ik appte F. met de mededeling dat hij 'benzona' beter kon vergeten. Ik kreeg geen antwoord. Klaarblijkelijk was hij niet geïnteresseerd in de betekenis.

Ik was ons gesprek alweer vergeten toen F. me belde via Skype. Zijn gezicht vulde mijn beeldscherm, hij zat onder het bloed. Het kwam uit zijn neus en liep over zijn kin naar zijn hals. Ik vroeg of hij was uitgegleden in de sneeuw, maar hij hielp me snel uit de droom. "Ik had net die proefles en stelde me voor met 'benzona'. Cohen sloeg me meteen voor mijn bek."

Wat had ik gedaan? Was hij nu gewond door mij? Misschien dacht die docent dat F. een antisemiet was, die speciaal naar de training kwam om hem te provoceren. Maar waarom had F. dan niet gewoon even gegoogeld wat het betekende? Ik had toch geappt dat het geen goed idee was?

Dagenlang liep ik rond met een knagend schuldgevoel, dus nodigde ik hem uit voor een kopje koffie. Voorzichtig informeerde ik naar zijn neus. F. begon onbedaarlijk te lachen en liet me een tube nepbloed zien. "Goed spul hé? Denk je nou echt dat ik zo dom ben om zo'n klerenkast te begroeten met een scheldwoord?"

Ik werd rood van schaamte en lachte daarna met hem mee, in het volle besef dat er maar één persoon dom was geweest.

Natascha van Weezel (32) is journalist. Elke dinsdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden