Plus Thomas Acda

Wat fijn toch, dat ik echt heel slecht tegen drugs kan

Thomas Acda. Beeld Artur Krynick

Onze dokter is een beetje een dorpsdokter. Vrolijke snor, gezellig postuur en achter een serieus brilletje toch ook weer vrolijke ogen. Als hij bij zijn praktijk tegenover de Noordermarkt aankomt, zit daar al een buurman in de ochtendzon. 

Die is nooit ziek, al heb ik het vermoeden dat hij daar met alle tot zijn beschikking staande legale genotsmiddelen wel zijn ­uiterste best voor doet. Tussen twee diepzeeduikhalen aan een sigaret door vraagt de buurman: “Môgge, dokter, haal ik de nieuwe aardappelen nog?”

“Die aardappelen redden zichzelf wel, buurman!”

Ik loop achter de dokter aan mee naar binnen. Hij kijkt even om, verbaasd. We staan in de hal en deuropening.

“Thomas?”

“Môgge, dokter, ik heb, eh… mijn vinger. Die is ontstoken. Nagelriem. Een fijt.”

Lang leve internet. 

Ter illustratie toon ik hem de vinger in kwestie. Het is nogal donker in het halletje, dus ik bid in stilte dat de dokter de ernst van de situatie kan inzien. Hardop bidden heb ik vannacht al gedaan. Man, wat klopte dat ding. En waar laat je een kloppende vinger? Pijn in je buik, daar kun je een kussen onder vouwen. Bij pijn in je hoofd kun je vragen aan je vrouw of ze haar hand er even oplegt, zoals je moeder vroeger deed. Een man met pijn verliest al vrij snel zijn decorum, maar in het donker heeft hij helemaal geen gêne meer.

Een jongeman komt aangelopen met een kop koffie. Voor de dokter. Net op tijd trek ik mijn goeie hand terug. Het leek me al te attent.

“Môgge, Jelle. Huiselijk ongemakje. Aan de vinger zit een panaritium arriblillum met een scolaris vindictum of zoiets.” Of zoiets.

Jelle knikt. Jelle snapt het. Ik ben nog bij huiselijk. Huiselijk? In de serie House MD kun je er zo dood aan gaan. Ik zeg niks. De dokter heeft namelijk al een flesje te pakken en ik heb het woord lidocaïne gelezen. Lidocaïne betekent: pijn is bijna weg, weet ik van de tandarts.

“Jelle is huisarts in opleiding en kijkt even mee, als je het goed vindt…”

Ik vind het best. Lidocaïne, please.

De dokter zet twee spuiten, uiterst professioneel. Jelle is onder de indruk. Ik ook. Ik zweef weg. Wat fijn toch, dat ik echt heel slecht tegen drugs kan. Het werkt als een malle. Dokter snijdt, Jelle kijkt, ik zwijg.

“Als die verdoving uitwerkt, zal dat wel even gevoelig zijn, zeker, dokter?” vraagt Jelle. Ja, dat kan de dokter wel beamen. Hij is in opleiding, zegt hij mij met zijn ogen. Toffe opleiding, schitteren Jelles ogen. Ik glimlach. Ik haal de nieuwe ­aardappelen wel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden