Johan Fretz. Beeld Artur Krynicki
Johan Fretz.Beeld Artur Krynicki

Wat er na de Super League aankondiging gebeurde, was schitterend

PlusJohan Fretz

In het internationale topvoetbal klotsen de miljarden al jaren tegen de plinten. Na elk Champions Leagueseizoen, wanneer Liverpool, Real Madrid, Barcelona of Bayern München de cup met de grote oren heeft gewonnen, moeten wij juichen, zoals het volk voor de keizer zonder kleren. Wat is het toch knap, dat het een of andere steenrijke proleet weer is gelukt de allerbeste selectie ter wereld bij elkaar te kopen en te laten excelleren tegen arme dwergploegjes.

Een beetje oligarch heeft tegenwoordig een voetbalclub. Vroeger kocht je een jacht, nu koop je Messi. De rijken werden rijker, de armen armer, de ongelijkheid nam extreme vormen aan. Voetbal werd net de echte wereld.

Toch was het de topclubs nóg niet genoeg. Zichzelf onaantastbaar wanend als Icarus besloten ze, juist nu miljoenen supporters al maanden snakken naar een vol stadion, een Europese Superleague aan te kondigen. Het opeten van de dwergen was niet meer genoeg, nee: de dwergen moesten opdonderen. Zo kon je als volgevreten, zelfvoldane topclub ook mooi voorkomen dat je ooit nog in je hemd zou worden gezet door de vreugde en onverschrokkenheid van kinderen die niets meer bezaten dan hun verbeelding en de liefde voor The Beautiful Game. Amsterdamse kinderen die je met virtuoos pleintjesvoetbal alle hoeken van je eigen Madrileense of Turijnse veld zouden laten zien.

Maar wat er na de Super League aankondiging gebeurde, was schitterend. De supporters van de topclubs gingen massaal in protest. Ze lieten hun spandoeken uit de lege stadions verwijderen en hingen er nieuwe op: ‘Created by the poor, stolen by the rich.’ Sommigen zeiden na veertig jaar trouwe steun hun lievelingsclub vaarwel.

In West Londen gingen ze de straat op. Op een bord stond: Football belongs to us, not you. Een bezwering? Nee. De waarheid. Want hoe welig de onverzadigbare hebzucht ook tiert in belastingvrije, hemelhoge skyboxes, wanneer het spel niet meer wordt bewonderd door de supporters, hou je niets over. Alleen een poppenkast van miljonairs, die op tv kunstmatig moet worden gereanimeerd met juichbanden.

Je kon de verbijstering over het verzet in de bestuurskamers bijna ruiken: daar hadden ze gedacht dat hun éigen supporters ze juist dankbaar zouden zijn. Dat voor andere mensen niet alles te koop is, blijft voor sommigen onvoorstelbaar. Met hoogmoed heeft dat weinig te maken, met deformatie des te meer: als je zo lang zo ver boven de wolken leeft, zie je op een gegeven moment niet meer wat zich daaronder afspeelt. Op de grond, in de werkelijkheid, die van gewone stervelingen.

De Super League zal er niet komen. Maar zoet wordt de overwinning op de proleten pas, wanneer wij ons allemaal realiseren dat wij onze macht ook moeten laten gelden op veel andere terreinen. Een recent advies van de Onderwijsraad om het schooladvies te verlaten en te kiezen voor heterogene brugklassen bijvoorbeeld, is feitelijk een pleidooi tegen Super Leagues in ons onderwijssysteem. Of het nu gaat over kansenongelijkheid, de vermogenskloof, de uitholling van de publieke sector, ons ferme verzet daartegen is gewenst: ook de samenleving belongs to us, not them.

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij schrijft op woensdag en zaterdag een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden