Roos Schlikker. Beeld Oof Verschuren

Wat bezielt iemand om een comateuze vrouw te fotograferen?

Plus Roos Schlikker

Op internet zwerft een foto van de ambulance waar zij in is geschoven vlak nadat ze onderaan de trap werd aangetroffen. Het geel van de ziekenwagen licht fel op. Een laken hangt als een moedeloze vlag aan een brancard, wie zijn best doet kan daaronder een voet vermoeden. Haar voet.

Dat ontdekte ik diezelfde middag terwijl chirurgen al uren boven mijn moeders hersenen hingen, pogend het bloeden te stoppen. God weet waarom, maar tijdens het eindeloze wachten tikte ik haar adres in op Twitter. Onmiddellijk popte de foto op. De maker bleek een amateurfotograaf die het meldingssysteem voor ambulances volgde, eropuit trok, kiekjes maakte van de plekken des onheils en ze postte.

Enkele dagen later toonde ik de foto aan mijn vader. Meewarig schudden we onze hoofden, we hadden wel iets anders om ons druk over te maken. Toch ben ik het plaatje nooit vergeten. Want wat bezielt iemand om zomaar een comateuze vrouw in een ambulance te fotograferen? Sensatiezucht? Of iets anders?

Ik dacht er afgelopen week aan toen ik een briefje las. ‘Geachte media, laat de mensen op dit veldje graag even met rust. Dat is wel iets wat we nodig hebben op dit moment. Graag jullie respect hiervoor. Met dank een aantal bewoners.’ Ze verwoordden het nog netjes, de mensen rond het speeltuintje in Assen. Een hovenier zou daar zaterdag zijn betrapt tijdens een zedendelict met een meisje, enkele mannen onder wie haar vader gingen er achteraan. En toen was de hovenier dood.

De dagen erna trok het journaille en colonne naar Drenthe om buurtbewoners opnameapparaatjes onder de neus te duwen, waarna de ene speculatieve quote na de andere werd neergepend. Zo speculatief dat het nieuws voortdurend veranderde. De hovenier was gemolesteerd. De hovenier was slechts staande gehouden. De hovenier was doofstom en kon een 4-jarige helemaal niet opdragen haar kleertjes uit te trekken. De hovenier was een notoire viespeuk. Het stond er allemaal amper of het was al achterhaald.

Natuurlijk moeten journalisten hun werk doen, maar het schuurt. Want wat leveren deze stukken op? Het onderzoek loopt. Waarom met zo veel haast iets de wereld inknallen? De mens is gefascineerd door gruwelijkheden. De hele week keken wij, journalisten en publiek, eindeloos naar politielinten in een verlaten speeltuin. Rubbernecking noemen ze dat in het Engels, wat verwijst naar automobilisten die hun hoofd verdraaien om een ongeluk op de andere rijbaan te zien.

Waarom zou je dat willen? Volgens psychologen omdat we grip willen op ellende die onszelf kan overkomen. Hoe meer we andermans narigheid besturen, hoe meer we ons eigen noodlot voor zijn. Onzin natuurlijk. Het leven deelt lukraak klappen uit, aan wie dan ook.

En onze onheilsbezwering richt leed aan. Het reduceert mensen met bloedende lijven en bloedende harten tot simpele, vaak onware verhalen en banale foto’s.

Misschien is het een idee om bij groot drama voortaan even niet onze nek te verdraaien. Neem de tijd te ontdekken wat er echt is gebeurd. En brand intussen een kaarsje. In stilte.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden