Opinie

‘Wat ben ik nu, zowel té links als té rechts? Dat klinkt bipolair’

Het vrije debat, de cancelcultuur in de Westerse wereld en Twitter. Yarin Eski vraagt zich af waar hij in het debat staat. Aan de kant van Baudet of Black Lives Matter? 

Thierry Baudet was een van de ondertekenaars van de open brief ter verdediging van het vrije debat. Beeld Getty Images

In Leiden werd vorige week een open brief ‘ter verdediging van het vrije debat’ geschreven. De verdedigers, Raisa Blommestijn (Universiteit Leiden, Rechtsgeleerdheid) en Bart Collard (Universiteit Leiden, Criminologie), werden ondersteund door enkele vooraanstaande Nederlanders en Belgen, waaronder Ayaan Hirsi Ali (AHA Foundation), maar ook Thierry Baudet (Forum voor Democratie), Arnold Karskens (Ongehoord Nederland) en Theo Francken (Kamerlid voor N-VA in België).

Inmiddels is de open brief door bijna 13.000 mensen ondertekend. De groep vreest dat door een doorgeslagen debat over racisme de cancelcultuur om zich heen grijpt en iedereen met een onwelgevallige mening fout is en gecanceld moet worden. Denk hierbij aan Johan Derksen van Veronica Inside die een racistische opmerking zou hebben gemaakt. Of aan de Amsterdamse nachtclub De School, waarvan de bezoekers en medewerkers vinden dat de leiding te wit is.

Dergelijke publieke afrekeningen staan de mogelijkheid iemand te bekritiseren in een democratische samenleving in de weg. Het is dan ook niet vreemd dat het bonte gezelschap opkomt voor dat vrije debat. Zij waarschuwen dat het debat over racisme enkele ‘zorgelijke kanten’ vertoont, veroorzaakt door ‘een kleine groep intoleranten’.

Helaas geven de auteurs weinig aandacht aan de achterliggende problemen waardoor het antiracismedebat überhaupt op gang is gekomen. Ze zijn, al dan niet bewust, onvolledig in hun beschrijving van de onderdrukking van de vrijheid van meningsuiting. Er bestaat namelijk ook een rechtse cancelcultuur. Denk hierbij aan het meldpunt voor linkse docenten (waar ik zelf weleens onder geschaard ben door mijn studenten).

Lastiggevallen

Na publicatie van de brief volgde – niet geheel onverwacht – een vloedgolf aan verwijten over en weer. ­Vooral op Twitter ontstond een co-evolutie van wij-­tegen-zij-reacties. Zo zouden de auteurs volgens critici een verkapte rechts-populistische agenda nastreven. Die critici zouden dan weer een verkapte linkstotalitaire agenda hebben. Alles in naam der verdediging van antiracisme óf van het vrije woord – alsof dat een tegenstelling is. Het werd een potje moddergooien. Vooral Blommestijn moest behoorlijke klappen opvangen en werd onder meer ‘arische FvD-prinses’ genoemd.

Op Twitter kreeg Blommestijn het aan de stok met D66-lid Annette van Bolhuis, die vervolgens op aanraden van de politie haar Twitter­account heeft gedeactiveerd. Haar gezin werd door vermoedelijk FvD-leden lastiggevallen; iets waar Blommestijn natuurlijk ook niet om gevraagd heeft. Er zijn dus heel snel en heel scherp allerlei vijanden en allianties ontstaan, maar is er nauwelijks tot geen duidelijkheid over waar de richting van het debat nou naartoe gaat of zou moeten gaan. Helaas voor de auteurs, een #MissionFailed dus.

Door de opeenstapeling van allerlei verwijten richting ‘vijanden’ en ophemeling van ‘vrienden’ weet ik niet meer waar of met wie ik het nog eens ben, of zou moeten (of mogen) zijn.

Soms vraag ik me af of ik een rechtspopulist ben omdat ik bereid ben te sterven voor de vrijheid van meningsuiting van Blommestijn, Collard, Baudet en die van ons allemaal. Ook vind ik dat Little Britain op tv moet blijven en dat Hans Teeuwen zijn ongepaste, harde grappen moet kunnen blijven maken. Op andere momenten vraag ik me juist af of ik linkstotalitair ben omdat ik vind dat Zwarte Piet niet meer van deze tijd is en ik vind dat het tijd is om excuses aan te bieden voor het VOC-verleden.

Wat ben ik nu? Zowel té links als té rechts? Dat klinkt bipolair. Of zit ik in een politiek vacuüm? Dat klinkt weer leeg. Misschien is de vraag waarom we zo graag links of rechts zijn en anderen ook graag in een van die hokjes duwen.

Geldingsdrang

Dat komt door de identiteitspolitiek die altijd en overal bedreven kan worden. De open brief, het antiracismedebat, de cancelcultuur: het zijn allemaal uitingen van die identiteits­politiek en de geldingsdrang die ermee gepaard gaat.

Eigenlijk gaat het niet eens meer over wát we vinden, maar dát we iets vinden. Twitter biedt daarvoor de perfecte infrastructuur: ik tweet, dus ik ben. De mening verdwijnt onder ons gebrul. Dan kan iedereen – ik ook – roepen wat hij wil over sterven voor de vrijheid van meningsuiting, maar dat is nogal jammer als er geen mening meer is.

Yarin Eski, Universitair docent Bestuurskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden