Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Wat ben ik jaloers op mensen die zorgeloos zijn. Die kunnen goed tegen zichzelf liegen

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

“Ha pap.”

“Hallo.”

“Hoe is het nu?”

“Goed hoor.”

“Ben je rustiger geworden?”

“Ja, hoor… Het was een heerlijke vakantie.”

“Ik hoor nee!”

“Jawel. Er was zon, lekker eten, ik heb gezwommen.”

“Ik hoor: ik heb de hele dag in m’n telefoontje gekeken, podcasts geluisterd, alles willen weten over Oekraïne en me zorgen gemaakt.”

Mijn dochter heeft gelijk. Een mens hoort te bestaan uit zorgen. Alle neuronen in onze hersenen zijn gesponnen uit zorgen. De grote zorgen met vertakkingen naar kleinere zorgen, en die hebben weer uitlopers naar nog kleinere zorgen.

Wat ben ik jaloers op mensen die zorgeloos zijn en geen angst kennen. Die kunnen goed tegen zichzelf liegen. Liegen lukt me wel, maar tegen mezelf liegen een stuk minder.

Nu Oekraïne aan het verliezen is en gebied moet prijsgeven, voel ik dat als een persoonlijk verlies. Dat is natuurlijk onzin. Maar het beïnvloedt mijn humeur.

Ik bid niet, maar toch betrap ik mezelf op gedachten in de gebiedende wijs, gericht aan, ja, aan wie eigenlijk? Poetin en Zelenski, denk ik. “Ga vredesonderhandelingen beginnen! Stop alsjeblieft met bombarderen! Laat in ieder geval vrouwen en kinderen vrij!”

Maar ook hier weer borrelt een tegenstrijdigheid op: waarom zouden de Russen stoppen met bombarderen als ze hun doelen niet hebben bereikt? En waarom zou Zelenski aandringen op vrede, terwijl hij meent nog te kunnen winnen? Is praten over vrede niet het erkennen van een vorm van verlies?

“Theodor, ga jij schrijven over die Sophie Hermans van de VVD die in huilen is uitgebarsten omdat Wilders haar een tassendrager heeft genoemd? Of ga je toch die mensonterende toestanden in Ter Apel aan de kaak stellen?”

Ik lach het laf weg, haal mijn schouders op en schiet weer in mijn vertrouwde ‘ik voel mij schuldig’-stand.

Schuldig. Waarom eigenlijk? Alles wat ik zeg, denk, schrijf, zijn hese schreeuwen van een wat oudere man tegen de wind in. Maar ik moet het doen.

“Waarom?”

Zo zie ik schrijven: als het inlossen van schuld. Vraag me niet aan wie. Betrokkenheid, engagement, je uitspreken heeft alleen zin als je onrechtvaardigheid ervaart en je jezelf een lul vindt als je zwijgt.

“Ik hoop dat je wat rustiger wordt, pap.”

“Ik ben rustig. Ik krijg juist klachten dat ik weinig doe en de hele dag maar op mijn kont zit televisie te kijken.”

“Je weet wat ik bedoel.”

Kon ik maar naar goede raad luisteren.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden