Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Was het laf om op het paard te springen om weg te komen van het slagveld?

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Hij bleef schieten. Hij moest wel. Soms wist hij niet waar het vijandelijk vuur precies vandaan kwam. De granaten ploften om hem heen. Alles rook naar verbrand vlees, kruit, stront en pis. De taal bestond nog maar uit één woord: “Fuck!” En het zicht werd minder en minder door de rookontwikkeling en het verzengende vuur.

Opeens hoorde hij een geluid dat hier niet thuishoorde. Hij hield op met schieten.

Het was hoefgetrappel.

Door de vette rook heen zag hij een paard. Er was geen ruiter. Het paard leek ontspannen. Het stond opeens recht voor hem stil. Het boog zijn hoofd.

“Wat doe jij hier? Je zit in het schootsveld. Ga weg!”

Even hief het paard zijn hoofd, het kwam nog een stap dichterbij.

Was het laf om op het paard te springen en te proberen weg te komen? Hij luisterde waar de granaten vandaan kwamen, maar hij hoorde niets meer. Toen hij het paard kon ruiken en het vlak naast hem stond, sprong hij erop en onmiddellijk reed het paard weg. In galop reden ze door het bos en door de sneeuw. Zijn bepakking viel af en hij voelde zelfs een aangename warmte.

Opeens stond het paard stil.

“Je bent er,” leek het te zeggen. Hij stapte af en onmiddellijk rende het paard weer weg.

“Dank je,” riep hij nog, maar hij wist dat het paard hem niet meer kon horen.

Hij keek om zich heen. Hij herkende het, maar wist toch niet precies waar hij was.

“Waar wil je precies heen?” vroeg een oude man die plotseling naast hem stond. De man leek verre van gevaarlijk en zijn glimlach stelde gerust.

“Waar kan ik heen?”

“Je kunt naar waar je het liefste heen wil. Je kunt naar je kameraden, je kunt naar huis, je kunt naar je ouders, je grootouders. Je mag naar de plek waar je gelukkig was of die je gelukkig maakt.”

En opeens begreep hij het.

“Ik... Ik ben dood, is het niet?”

De man knikte en sprak: “Maar is het erg? Heb je pijn, heb je het koud, ben je bang?”

Hij schudde zijn hoofd.

“Dus waar wil je naar toe?”

De soldaat keek naar links. Daar was zijn jeugd. Rechts het huis van zijn ouders. Achter hem waren zijn kameraden die feest aan het vieren waren en voor hem zag hij...

“Ik wil naar hem,” zei hij, “en ik wil voor hem zorgen.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden