Lezersbrieven

‘Ware burgerschapsvorming is zo veel meer dan volkslied zingen’

Volgens de Onderwijsinspectie gaat het niet goed met het burgerschapsonderwijs in Nederland. Ilana Rooderkerk en Daniël Boomsma betogen in deze ingezonden brief dat dit type onderwijs juist essentieel is in een stad als Amsterdam.  

Mark Rutte woont een les burgerschapsonderwijs bij in Den Haag. Beeld ANP

Via Curriculum.nu waar experts in het onderwijs zelf werken aan nieuwe doelen en eindtermen, ­publiceerden 150 schoolleiders deze week voorstellen om het lesprogramma beter bij de huidige tijd te laten aansluiten. Daarbij ging terecht veel aandacht uit naar het thema burgerschap.

Op school leer je niet alleen voor een baan. Het onderwijs leidt leerlingen ook op om mee te doen aan de samenleving. Daarom krijgen scholieren les in burgerschapsonderwijs, waar vragen centraal staan als: hoe ver reikt de vrijheid van meningsuiting en hoe los je samen met klasgenoten een sociaal vraagstuk op?

Helaas gaat het volgens de Onderwijsinspectie niet goed met het burgerschapsonderwijs in Nederland. Onze 14-jarigen hebben minder burgerschapskennis en -vaardigheden dan leerlingen in vergelijkbare landen. Ook zijn er grote verschillen tussen groepen leerlingen en scholen.

Dat is een slechte zaak. Burgerschapsonderwijs is bij uitstek nodig in een stad als Amsterdam, waar zo veel mensen met verschillende achtergronden samenleven. Inclusief toenemende meningsverschillen over kwesties als de opvang van asielzoekers of statushouders in de buurt en hoe om te gaan met klimaatverandering.

Precies dat soort gevoelige onderwerpen moeten bespreekbaar ­zijn in de klas. Op ­scholen in Amsterdam wordt burgerschapsonderwijs dan ook in vele vormen gegeven. Van lessen op een ­basisschool in Zuidoost over het ­lichaam en omgaan met elkaar, tot het Greenteam van een vmbo in Noord dat zich inzet voor een duurzame buurt.

Actieve dialoog

Het is niet gemakkelijk te bepalen hoe het onderwijs jonge mensen kan helpen zich te ontwikkelen tot volwaardige burgers. Deels omdat er verwarring heerst over wat burgerschap precies is, deels vanwege onenig­heid over wat er in het klas­lokaal aan de orde moet worden gesteld en wat niet.

De discussie over burgerschap staat feitelijk nog in de kinderschoenen. In het verzuilde Nederland was zoiets als burgerschap eigenlijk overbodig en de intrede ervan in de politiek is van een betrekkelijk recente datum. Burgerschap lijkt nu vaak terug te worden gebracht tot het (staand) zingen van het Wilhelmus en het bezoeken van het Rijksmuseum.

Burgers worden zo voorgesteld als passieve ontvangers van een stichtelijke boodschap in plaats van als ­actieve dragers van de gemeenschap waar ze deel van uitmaken. De liberale filosoof en econoom John Stuart Mill stelde al dat iedereen die te snel naar wet en dwangmiddelen grijpt om mensen tot burgers te vormen, van een gemeenschap een ‘kudde schapen’ maakt.

Doorlopende leerlijn

Burgerschapsonderwijs moet scholieren juist in staat stellen zich te oriënteren op hoe zij zelf willen leven én laten zien hoe anderen hun leven willen leiden. Het is van belang dat het als ‘doorlopende leerlijn’ terugkomt in vakken als geschiedenis, Nederlands en loopbaanoriëntatie. Het gaat om het stimuleren van een actieve dialoog tussen leerlingen met ruimte voor persoonlijke ontwikkeling.

Tegelijkertijd is het onderwijs geen panacee. Er moeten, zeker in de tijd van het lerarentekort, ook niet allerhande opdrachten bij scholen en docenten worden gelegd. Voor substantieel burgerschapsonderwijs moeten scholen meer houvast krijgen.

Op initiatief van D66 maakt de wethouder daarom samen met scholen een plan voor het verbeteren van burgerschapsonderwijs, als onderdeel van de inzet op gelijke kansen. Ook wordt gemeten wat effectief is en is er een kennisplatform opgericht voor Amsterdamse leraren. Nu de gemeente voor de noodzakelijke ondersteuning zorgt, kunnen scholen hier verder werk van maken, in het belang van de leerlingen en de stad.

Terwijl in Den Haag gewerkt wordt aan een curriculumherziening, kan Amsterdam zo een broedplaats worden voor experimenten met burgerschapsonderwijs. Door lokaal te laten zien hoe het kan, en de resultaten en ervaringen te delen, kan onderwijs in burgerschap vorm krijgen.

Schoolleiders zijn als eerste aan zet om hun visie te delen. Leraren bepalen op hun beurt hoe een les vorm krijgt. En leerlingen laten zien wat goed burgerschapsonderwijs oplevert. Zo leidt onderwijs niet alleen op voor het werk, maar ook voor het ­leven.

Ilana Rooderkerk (raadslid D66 ­Amsterdam) en Daniël Boomsma (wetenschappelijk medewerker Mr. Hans van Mierlo Stichting) 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.