James Worthy. Beeld Agata Nowicka

‘Wantrouwen jullie iedereen bij wie jullie aanbellen?’ vraag ik

Plus James Worthy

De bel gaat. Ik doe de deur open in mijn boxershort. Het is niet mijn beste onderbroek. Onderaan de trap staan twee mannen. De ene is heel oud en de andere is heel jong.

Ze kijken omhoog. In hun ogen kan ik zien wat hun beroep is. Ik zie angst, ongeïnteresseerdheid, macht en een vleugje schaamte. Dit zijn deurwaarders. De oude man kijkt naar de jongeman en maakt met zijn rechterhand het ‘kom op, we hebben niet de hele dag de tijd’-gebaar. De jongen tikt met een pen op een houten klembord en zegt daarna waarom ze onderaan mijn trap staan. Hij kijkt me niet aan tijdens het praten.

Ik begrijp hem. Als ik een deurwaarder zou zijn, zou ik ook niemand aankijken. Ogen maken alles moeilijker. In ogen zie je de verhalen. De pijn. De onthutsende wanhoop.

“Wanneer wilt u gaan betalen?”

“Doe maar nu meteen.”

“Dat kan helaas niet, meneer. Onze pinterminal heeft kuren vandaag.”

“Dan maak ik het vanavond over.”

“Dat zegt iedereen, meneer.”

“Als je me niet aankijkt, hoef je ook geen meneer tegen me te zeggen. Dat werkt niet.”

“We horen op een dag zo veel verhalen dat we simpelweg niet meer in verhalen geloven,” zegt de oude man.

Zijn haar is extreem grijs. Mijn oma had ook zulk grijs haar. Als ik naar zijn grijze haar kijk, mis ik mijn oma.

“Komen jullie maar boven, dan maak ik het over.”

“Ja, dat horen we vaker,” zegt de jongen.

De twee deurwaarders zitten aan mijn keukentafel. De oude drinkt koffie uit een mok waarop de tekst ‘BEST MOM IN THE WORLD’ staat en op die van zijn collega staat ‘I LOVE MADRID’. Een schotel met koekjes staat tussen de twee in.

“Wantrouwen jullie iedereen bij wie jullie aanbellen?” vraag ik, terwijl ik mijn bankierenapp aanklik.

“Dat is wel het beste. Ik wil ons niet met waakhonden vergelijken, maar een waakhond heeft niets aan inlevingsvermogen. Ik doe dit werk al veertig jaar. Ik weet precies wanneer iemand liegt,” zegt de oude, voordat hij een hap uit een krakeling neemt.

“Ik lieg niet. Ik ben nu aan het betalen.”

“Ik geloof je pas als je niet meer liegt.”

“Wat verschrikkelijk dat jullie zo moeten leven. Jullie werkdag bestaat in zijn geheel uit wantrouwen. Jullie uniform is wantrouwen. Jullie lunch is wantrouwen. Mag ik iets vragen? Zijn jullie vader en zoon?”

“Dat mogen we eigenlijk niet zeggen, maar inderdaad, hij neemt in 2021 het bedrijf over.”

De jongen loopt door mijn huiskamer. Hij blijft eventjes stilstaan bij de boekenkast. De jonge deurwaarder gaat alle planken af met zijn ogen. Dan pakt ie een boek van de derde plank. Het is de biografie van Wim Kieft.

“Deze heb ik gelezen,” zegt hij.

Ik geef mijn telefoon aan de grijsaard en zeg dat het geld is overgemaakt. Hij kijkt in de app, maar er is nog steeds geen vertrouwen.

“Dit kan ook een foto van een app zijn.”

“Ja, dat zien we vaker,” zegt de jongen.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden