Theodor HolmanBeeld Artur Krynicki

Wanneer zij corona zou krijgen, zou ze ‘eruit’ stappen

PlusTheodor Holman

Ook uit Frankrijk kreeg ik een mail van een ex die nu tachtig is en in haar huisje in Frankrijk alleen zit te wezen. Ik mailde haar: ‘Zullen we skypen?’ 

Ze wist niet precies wat het was. Facetimen kende ze ook niet. Ze had een computer en daar kon ze mee mailen. Een oude mobiele telefoon had ze van haar buurman gekregen en daar belde ze mee en soms stuurde ze een sms. We besloten te bellen.

“Lukt het, de hele dag binnenblijven?” vroeg ik.

Ze bleef niet binnen. Ze werkte in haar tuin en liet de hond uit. Ze deed elke dag boodschappen – heuvel op, heuvel af – hield keurig afstand en keek verder televisie. Misdaadseries.

“Ben je bang?” vroeg ik.

“Non!” In Frankrijk ging het ook over de ethische vraag wie er voorrang had in het zieken­huis. Als dat onderwerp langskwam, zapte ze naar een andere zender. Niet dat ze er niet over had nagedacht. Ze was tenslotte filosofe. Wanneer zij corona zou krijgen, zou ze ‘eruit’ stappen.

“Hoe?” vroeg ik. Ze zei ‘via internet’, maar ze bedoelde dat ze via internet allerlei pillen had besteld. Ze sloot ook niet uit dat ze in haar auto zou stappen en tegen een boom zou rijden.

“Ik kan nog heel goed autorijden en suïcides zijn hier heel gewoon,” zei ze. “Men leeft hier meer met de seizoenen.”

Ze wist dat ze aan het eind van haar ‘seizoen’ was en had geen zin in lijden. Niet dat ze dood wilde. Ze had er lang over gedaan te ontdekken waar het in het leven om ging. Ze noemde dat: “Gedeelde intimiteit.”

Maar toen Jacob een paar jaar geleden overleed, begreep ze dat ze haar levens­vervulling moest halen uit het verzorgen van Madoc en Simone. “Als die dood zijn, en ik leef nog, dan… ga ik auto­rijden.” Ze lachte.

“Wat een leuk gesprek hebben we, hè?” zei ik.

“Ja, veertig jaar geleden zeurde je uren aan de telefoon en moest ik met je mee naar een film, of naar een café en daarna moest ik naar je huis, of naar het mijne.”

“En nu gaat het over de zestig vesparax­pillen die je bij elkaar gesprokkeld hebt.”

“Ja. Maar malgré tout ben ik gelukkig, Theodor. Ik zie eindelijk de schoonheid van het verval waar jij vroeger in bed al die gedichten over voorlas.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden