Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren

Wanneer gaan ouders een grens over?

Plus Roos Schlikker

Weet je nog wie ik ben? Wekelijks rende je na de zwemles met mijn zoon de kleedkamer in. “Piemeldans!” riepen jullie. Zwembroeken zeilden de hoek in waarna jullie stuiterend begonnen te hopsen. Jullie gegiechel ontaardde in gebrul. Ontaardde in slappe lach. Ontaardde in blote kieteldood. Ontaardde in benauwende stilte.

Want als jouw moeder binnenkwam, dook je kleintjes op een bankje. Mijn zoon schaterde onwetend door, maar jij maakte geen geluid meer. Jouw moeder vond de piemeldans niet leuk. Jouw moeder vond veel niet leuk.

Boos smeet ze je een handdoek toe. Ze bitste dat je je niet snel genoeg aankleedde, dat het te lang duurde voor je de borstcrawl kon. “Hoezo niet afzwemmen? Was je weer niet goed genoeg?”

Ik probeerde met een grapje de dikke lucht te doorsnijden, maar ze reageerde niet. En ik zag jou kleiner worden. Elke week leek je meer te krimpen als zij je voor zich uit duwde, het zwembad uit, je rug nog zeiknat van het badwater.

Hé jochie met je zwembadhaar. Ik denk vaak aan jou. Ik zie je op het voetbalveld in de 10-jarige met zijn grote mond en schouders die te hoog zitten. Het koppie, eerst nog vol bravoure, dat zich beschaamd buigt wanneer zijn vader schreeuwt. Dat hij er niets van kan. “Je bent lui! Je denkt niet aan je carrière!” Het is droog, maar plots lijken zijn haren doorweekt. Ik verbeeld me zijn bleke knieën, vel dat schuurt, ruw van te lang in het water liggen.

Hé jochie met je zwembadhaar. Ik ruik chloor als een meisje op een terras haar chocomel omstoot en door haar moeder door elkaar wordt geschud. Ik zie plasjes ontstaan rond de voeten van kinderen die te hard worden meegesleurd, corrigerende tikken incasseren, verbaal worden gefileerd.

We lezen veel over falende jeugdzorg. Maar hoeveel kinderen komen nooit in aanraking met instanties terwijl het er thuis toch niet pluis is? Zevenentwintig procent van de leerlingen uit groep 7 en 8 heeft naar eigen zeggen ooit met mishandeling te maken gehad. Dat zouden er zes in de klassen van mijn zoons zijn.

Ik heb destijds zo getwijfeld of ik iets moest doen. Wanneer gaan ouders een grens over? Bij slaag? Of wanneer 7-jarige jongetjes naast hun moeder in bange diertjes transformeren?

Inmiddels weet ik het antwoord. Want ik denk aan jou en vind dat ik te laat ging praten. Pas bij de laatste zwemles vroeg ik: “Moet dit echt?”

Je moeder stoof weg. “Ja, dit moet.”

Ik heb jullie nooit meer gezien.

Hé jochie met je zwembadhaar. Ik hoop zo dat het je goed gaat. Misschien had mama een lastige periode en is die voorbij. Maar ik weet het niet zeker. Dus zeg ik het je nu: het spijt me dat ik toen jouw rug niet droogde. Je hebt er niets aan, maar weet dat jij alles veranderde.

Want sinds jou trek ik altijd mijn mond open. Voor alle kinderen die in plasjes staan.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden