Plus Column

Wanneer de lezer 'stoom afblaast'

Thomas Acda Beeld Marco Hofste

Elke krant heeft een rubriek waarin de lezer aan het woord mag komen. De lezer zelf noemt dit meestal 'stoom afblazen' dan wel 'toch even wat feitjes duidelijker op een rijtje zetten'.

De Amsterdammer is daar van nature een kei in. Wij ­kunnen mopperen; om het Mokumse kleedkamerwoord maar niet te gebruiken.

Soms is het een nauwelijks verholen open sollicitatie ('Ik ben nu toevallig buiten mijn schuld even in between jobs, maar als expert ...') of is het spuien van kennis die de schrijver zelf node ontbeert ('... en daar slaat scribent Broekman de planck volledig mis ...') Planck, ja.

De brievenschrijver weet als geen ander dat je nog veel meer op taalkunst wordt beoordeeld dan op inhoud en daarom hypercorrigeert hij zichzelf in een onleesbare openingszin, alsof het Nationaal Dictee met min vijf fouten gewonnen kan worden.

Ook is soms de aanval ronduit persoonlijk ('Nou ken ik de heer Rottenberg nog van ons gedeelde middelbareschoolplein ...').

Ik had ook ooit een e-mailadres. Prompt kreeg ik een ingezonden brief van Alain Caron, kok zonder kookprogramma. Ik had in mijn toenmalige receptencolumn beschreven hoe ik samen met mijn zoontje van elf ratatouille maak zoals te zien is in de gelijknamige animatiefilm.

Woedend schreef Caron mij dat 'dé Fransman, c'est ratatouille n'est-ce pas, het gerecht zó ­fabriqueerde'.

Sommige toetsen van zijn vieille machine du type zijn deze aanval nooit meer te boven gekomen. Zeker het uitroepteken moet van uitputting zijn gestorven.

'Nee, boterletter (lettre de beurre - als het even kan altijd iemand beleefd in zijn eigen taal te woord staan),' schreef ik, 'dit is zoals een elfjarige jongen ratatouille maakt op aanwijzing van een animatierat!

'Ah oui, excusez,' schreef hij terug. Maar aan de redactie, niet aan mij. Ik had al geen e-mailadres meer.

Ik heb uw mening graag, hoor. Maar ik hoor hem wel bij de kassa van de Jumbo. ('Fijn stukkie weer, hoor, meneer Holman! Dank je wel, schat.')

Ik mail nauwelijks en als ik het doe, is dat op het privé e-mailadres van een familielid. Zie hier waarom ik geen president van Amerika zal worden. Al heb ik zoveel op mijn kerfstok dat mijn tegenstanders niet zouden weten welke vuile was ze als eerste buiten zouden moeten hangen. (More waslijn! More line, goddamnit!)

Lieve Amsterdammer, wilt u dit weekend toch de krant schrijven, schrijft u dan de woede van u af dat er vorige week twee oudere homoseksuele mannen op de pont zijn afgetuigd en in het gezicht geschopt.

Iemand die al ligt in het gezicht schoppen leer je trouwens onmiddellijk af als je bij de buurtjongerenwerker gaat kickboksen, dus de zin 'alwaar ze heden van onze belastingcenten leren hoe ze je het meest effectifistisch in elkaar kunnen meppen' hoeft niet.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van 'de' Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden