Femke van der Laan. Beeld Agata Nowicka

Wachten op de mensen die ook te vroeg wakker zijn

Plus Femke van der Laan

Ik sta voor het keukenraam. Met de eerste koffie van de dag tussen mijn handen. Het is donker buiten, ik kan de binnentuin beneden me niet zien. Het is nog maar iets na vijven.

Ik tel drie huizen waar ook licht brandt. Aan de overkant. Eentje telt niet mee, daar is het licht de hele nacht aan. Ik vermoed dat in de andere twee huizen mensen wonen die ook moeten wennen aan de wintertijd. Die ook te vroeg wakker zijn. Eigenlijk sta ik op hen te wachten. Te wachten tot ik ze zie, tot ze even voor het raam komen staan. Dan kunnen we onze handen opsteken en zwaaien naar elkaar. “Vroeg hè?” zouden die handen zeggen. En: “Nou!” Of: “Het is nog maar de derde ochtend. Het komt wel goed.” En dan zou de andere hand knikken.

Ik denk aan de man en vrouw achter wie ik gisteren liep. Over de lange zebrapaden bij de RAI. De vrouw had haar linkerhand op haar rug. Alsof ze een schaatser was die op het punt stond een bocht te nemen. Pootje over. Haar losse arm bewoog ook meer van rechts naar links dan van voren naar achteren. Ze had na het zebrapad zo het plein voor de RAI op kunnen glijden. In haar rode jas, alsof ze voor Noorwegen uitkwam.

“Ik was vanmorgen om vijf over zes wakker,” zei ze tegen de man naast haar.

“Ik al ver daarvoor,” antwoordde de man.

“Je snurkte toen ik wakker werd.”

“Dan ben ik misschien nog even weggedoezeld. Maar ik was echt al voor zessen wakker. En gister ook.”

Ze boden tegen elkaar op. Een wedstrijd. Wie het minste had geslapen. Wie het meest ontzien moest worden. Even wilde ik me ook in de strijd gooien. Een inhaal­manoeuvre op het stukje zebrapad dat over de busbaan liep. Erlangs, mijn vinger opsteken en ‘Vijf uur! Beide ochtenden!’ zeggen. Maar ik liet de Noorse schaatsster winnen. De man deed hetzelfde: “Misschien kun je vanmiddag een dutje doen.”

Ik neem een slok koffie. Er is beweging in een van de huizen waar licht brandt. In de keuken. Ik zie een vrouw heen en weer schuifelen. Ze ziet er niet uit als een schaatsster. Ik kan niet zien wat ze doet; ze staat met haar rug naar me toe. Misschien zet ze ook wel koffie. Of smeert ze een boterham.

Ik wacht nog even om te kijken of ze voor het raam komt staan. In plaats daarvan zie ik dat ze haar voorhoofd tegen het keukenkastje vlijt. Ik steek toch mijn hand op. “Het is nog maar de derde ochtend. Het komt wel goed,” mompelt ie. Dan vlij ik mijn voorhoofd tegen het koude raam.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden