Opinie

‘Wacht nog maar even met het uitreiken van de Nobelprijs aan Biden’

Na vier jaar Donald Trump aan de macht zijn de internationale verhoudingen zoek, schrijft Joris Larik. Gaat de VS met Joe ­Biden weer een constructieve rol in de wereldpolitiek innemen?

President Trump (geheel rechts), december vorig jaar in Londen met de leiders van de Navo. Trump heeft gezinspeeld op het opblazen van de militaire verdragsorgani­satie omdat Europa te weinig bijdraagt aan defensie.Beeld Hollandse Hoogte / BELGA

Na voor mijn gevoel duizend keer refreshen en een waarachtige CNN-kijkmarathon weten we nu: Joe Biden wordt de volgende president van de Verenigde Staten. Dit wekt grote verwachtingen in Nederland en elders in Europa op betere samenwerking met de supermacht Amerika.

Maar voordat iemand op het idee komt uit louter opluchting ook Biden – net als bij Obama in 2009 – al vooraf een Nobelprijs voor de Vrede toe te kennen, is er werk aan de winkel om eerst de schade van vier jaar buitenlands beleid onder Trump te herstellen. Nederland en de EU moeten kenbaar maken dat dit een voorwaarde is om een nieuw hoofdstuk in de trans-Atlantische betrekkingen open te slaan.

Weliswaar hebben de Verenigde Staten al langer een wisselvallige verhouding met multilaterale samenwerking. Ze waren onder Woodrow Wilson de drijvende kracht achter de Volkerenbond (de voorganger van de Verenigde Naties), maar werden zelf nooit lid ervan. Na de Tweede Wereldoorlog was de VS opnieuw toonaangevend bij de oprichting van de Verenigde Naties, maar ze heeft al decennialang een forse achterstand in de betaling van hun financiële bijdrage aan de VN. Verder speelde de VS een belangrijke rol bij de totstandkoming van het Internationaal Strafhof. Later trokken de Amerikanen echter de handtekening onder het statuut van het Strafhof in 2002 weer terug.

Nucleair akkoord

Maar zelfs tegen deze achtergrond was Trumps beleid schrijnend, ook al is hij geen grote nieuwe oorlog begonnen. Onder zijn presidentschap is de VS op het diplomatieke toneel als een olifant in de porseleinkast tekeergegaan. In de media was meermaals te horen dat Trump dreigde de Navo te gaan verlaten. De EU beschreef hij als ‘vijand’ (‘foe’).

Bij dreigementen en onvriendelijke taal bleef het echter niet. Om een paar hoogtepunten van het trumpiaanse antimultilateralisme te noemen: kort na zijn aantreden in januari 2017 keerde Trump het Trans-Pacific Partnership (TPP) – een beoogd megaregionaal handelsverdrag – de rug toe. De elf andere hierbij betrokken landen zijn inmiddels op eigen houtje doorgegaan. In augustus 2017 gaf de VS officieel kennis dat ze zich uit het Klimaatakkoord ging terugtrekken. In oktober 2017 uitte de VS een soortgelijke kennisgeving met betrekking tot Unesco (de VN-organisatie voor onderwijs, wetenschap en cultuur). In mei 2018 trok de VS zich uit het nucleair akkoord met Iran terug. Een maand later stapte ze uit de VN-Mensenrechtenraad.

In september 2018 begon de VS sancties toe te passen tegen personeel van het Internationaal Strafhof. In april 2019 maakte ze de handtekening onder het VN-wapenhandelsverdrag ongedaan. In december 2019 legde de VS vervolgens het geschillenbeslechtingsmechanisme van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) – een kroonjuweel van de internationale rechtsorde – lam doordat ze jarenlang de benoeming van nieuwe leden voor de WTO-beroepsinstantie heeft geblokkeerd.

In september 2020 gaf de VS dan nog aan per juli 2021 uit de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) te stappen, nadat Trump al eerder had aangekondigd de financiële bijdrage aan deze organisatie stop te zetten in verband met zijn kritiek op de manier waarop de WHO met het coronavirus en China was omgegaan.

Zelfverklaarde voorvechters

De verkiezing van Joe Biden als nieuwe president voedt bij westerse bondgenoten de hoop dat de VS weer een constructieve(re) rol in de wereldpolitiek gaat innemen. Dit betekent niet alleen mooie woorden over de trans-Atlantische waardengemeenschap en het belang van mondiale samenwerking, er moeten ook daden volgen. De lakmoesproef van een echt posttrumpiaans buitenlandbeleid zit in onder andere deze concrete stappen: stop de uit­tredingsprocedure uit de WHO, keer terug naar het Klimaatakkoord, hou op met het blokkeren van de WTO en betaal gewoon netjes je bijdrage aan de VN. Een terugkeer naar de onderhandelingstafel met Iran en ophouden met het pesten van het Internationaal Strafhof zouden een welkome bonus zijn.

Biden heeft reeds verschillende beloftes gedaan voor een koerscorrectie van het buitenlandbeleid na zijn inauguratie in januari. Dat hij deze en andere stappen ook daadwerkelijk gaat zetten, daarop moeten Nederland en de EU als zelfverklaarde voorvechters van het multilateralisme aandringen, en daarop als nodig ook blijven hameren.

Het moet duidelijk worden dat wij Amerika pas echt weer serieus nemen als wereldmacht als het zelf de internationale samenwerking en rechtsorde serieus neemt.

Joris Larik

Universitair docent vergelijkend, EU- en internationaal recht aan de Universiteit Leiden en senior-adviseur bij het Stimson Center.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden