Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki

Waarom zouden we niet trots op het Wilhelmus mogen zijn?

Plus Theodor Holman

Willem Wilmink kon mooi over het Wilhelmus vertellen. Daar heeft hij ook een boek over geschreven dat ik niet bezit. Maar ik herinner me dat hij over ons volkslied vertelde ­alsof het een thriller was. Een thriller over de Tachtigjarige Oorlog, over de strijd tussen katholieken en protestanten, over godsdienstvrijheid, over Margaretha van Parma en ­Willem van Oranje, over ­Philips II en Alva, over graaf Adolf en de Slag bij Heiligerlee, over de tocht over de Maas.

Door de verhalen over het Wilhelmus werd Nederland belangrijker, groter.

Op de lagere school leerde ik twee coupletten van het Wilhelmus. Als we op het schoolplein gingen voetballen, zeiden we heel snel “Wij zijn Nederland!” en zetten we het Wilhelmus in.

Een commissie die twee jaar nadacht over de lesstof op basis- en middelbare scholen heeft het Wilhelmus thans uit het curriculum geschrapt.

Au…

Ik hoor de hele dag dat we moeten ‘verbinden’, maar er wordt meer ontbonden. Kinderen moeten leren over ons slavernijverleden – terecht – maar de beelden van J.P. Coen moeten worden afgebroken. Michiel de Ruyter wankelt op zijn sokkel.

En nu wordt het Wilhelmus in een enigszins suspecte wind gezet. Waarom toch? Omdat de dichter uit zestienzoveel naar katholieken en protestanten verwijst en er zich nu mensen ‘buiten­gesloten’ en ‘gekwetst’ zouden voelen? Omdat het lied onwenselijke machtsstructuren blootlegt? Of naar een Nederland verwijst waar we, vanwege het toenmalige ­oorlogsverleden, niet trots op moeten zijn?

Ik zou het niet weten.

We doen al weinig tot niks aan Vondel, Constantijn Huygens, Jacob Cats en Hooft, zeg maar Amsterdam-Oud-Zuid.

De cultuur van een land bewaart haar moraal. Anders gezegd: de schilderijen van Rembrandt, de gedichten van Hooft of Huygens en het Wilhelmus hebben onze identiteit beïnvloed, mede vormgegeven. Dat is belangrijk.

‘Maar het is een saai lied dat niemand door die oude taal kan begrijpen.’

Daarom moeten we dat op de scholen onderwijzen. Die oude taal is namelijk rijk, die geschiedenis is rijk, de verhalen die erover verteld kunnen worden zijn rijk, en ook tragisch, fout en heldhaftig.

Aan de hand van die coupletten kun je tientallen lessen geschiedenis en Nederlands geven.

Toen we elf jaar waren, werd ons een week lang verteld over de Gijsbrecht van Aemstel van Vondel. We liepen in de winterkou naar de Stadsschouwburg waar de Gijsbrecht ‘speciaal voor kinderen’ werd gespeeld. Daarna waren we allemaal ridder.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden