Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Waarom werden degenen die hun zoon uit Rusland hadden weggejaagd niet gestraft?

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Ze wisten dat hij naar een ander land zou vluchten. Hij wilde hen niet vertellen welk, en dat begreep ze. Misschien wist hij het zelf nog niet. Hij wilde weg uit Rusland.

Toen ze afscheid van hem hadden genomen, zei ze tegen haar man: “Ik wil naar de kerk.”

“Waarom?”

Ze gaf geen antwoord, wat hem irriteerde.

“Doe niet zo gek!” zei hij.

Ze vond het ook gek, maar waar moest ze dan heen met haar geheime gedachten? Want dat was de reden. Ze had hersenspinsels, zorgen die ze met niemand wilde delen; soms leek het of haar brein een labyrint was geworden waar haar gedachten in ronddoolden zonder een uitgang te vinden.

“Ga je dan ook bidden? En wat ga je God dan vragen?”

“Dat er... dat er in dat andere land een vrouw voor hem is... die van hem houdt...”

Ze sprak het zinnetje uit of het van breekbaar glas was.

“Het is een knappe jongen... Maak je daar maar geen zorgen over...”

Hij was inderdaad een goede jongen, maar ze was voor zoveel bang: dat hij nooit meer kon terugkeren, dat hij bij terugkeer van verraad zou worden beschuldigd, dat hem in het buitenland iets zou overkomen, dat hij inderdaad zou trouwen en kinderen zou krijgen en dat zij... Haar zorgen vormden een vloedgolf die tegen haar hoofd beukte.

“Je hebt nooit verteld dat je in God geloofde,” zei haar man.

“Dat doe ik ook niet. Maar...”

“Maar wat?”

“Ik weet het niet.”

Haar man liet haar. Hij bewonderde zijn zoon. Had eigenlijk mee willen gaan. Maar wat moest een ambtenaar van vijftig die geen Engels kende en eigenlijk weinig kon in een onbekend land?

“Hij komt over een jaar, of misschien twee jaar gewoon terug,” zei hij.

“Ja...” zei z’n vrouw.

Ze pakte haar boodschappentas.

“Zal ik met je meegaan?” vroeg hij.

“Ik ga niet naar de kerk!” zei ze. Het klonk geïrriteerd.

“Je gaat toch boodschappen doen?”

“Ja...”

Hij zag haar verdriet en wilde dat hij haar kon troosten.

Even later liepen ze samen op straat. De koude wind leek te willen straffen. Maar waarom haar en waarom hem en niet de verantwoordelijken die hun zoon hadden weggejaagd?

Ze passeerden de Heilige Peter en Paulus Kathedraal en zagen veel vrouwen die naar binnen gingen. Hij hield even zijn pas in, maar zij stapte door.

“Ik geloof niet in God,” zei ze.

Hij zweeg.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden