Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Waarom was dit eigenlijk een vriend?

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Zou hij een dissident kunnen zijn? Hij dacht: ‘De vanzelfsprekendheid. Hoe sluipt dat er in? De vanzelfsprekendheid dat een volk achter zijn leiders gaat staan, dat je je eigen mensen die niets maar dan ook niets hebben gedaan ombrengt, dat je je eigen cultuurschatten en toekomstmogelijkheden voor de jeugd vernietigt. Die vanzelfsprekendheid...’

Hij begreep er niets van.

“We behalen de ene overwinning na de andere,” zei een vriend tegen hem en lachte.

“Maar vind je het niet naar dat er zo veel vernietigd wordt?”

De vriend haalde zijn schouders op.

“Alleen maar militaire doelen. Dus dat valt mee.”

Hij knikte traag maar hij begreep zijn vriend niet. Natuurlijk waren het niet alleen militaire doelen.

“Ik heb familie in Severodonetsk... Al een tijd niets meer van gehoord.”

“Hoeveel slachtoffers zijn er niet gevallen in de Tweede Wereldoorlog? Al onze families hebben offers moeten brengen. Het is goed dat we nu tegen de nazi’s strijden.” Zijn vriend had geen zin in dit gesprek.

“Toch zijn dat geen nazi’s. Mijn oom en tante zijn lieve mensen.”

“Overal zijn lieve mensen.”

Hij bestelde maar weer twee wodka en opnieuw drong het woord ‘vanzelfsprekendheid’ zich aan hem op. Waarom vond zijn vriend het sowieso niet erg dat er werd gevochten en gedood, dat er oorlog werd gevoerd? Hij dacht aan vriendschap. Hij had eigenlijk niet zo veel vrienden. Als hij deze vriend nu ook al zou verliezen, hield hij er weinig over.

“Het lijkt wel of jij die speciale operatie niet ziet zitten en aan de woorden van Poetin twijfelt,” zei zijn vriend.

“Ik hou niet van strijd,” antwoordde hij. De zin leek op met te veel water verdunde thee en hij schaamde zich ervoor, maar toonde dat niet.

“Niemand houdt van strijd,” zei z’n vriend.

Ook zo’n zin die je als een ballon leeg kon laten lopen.

“Ik zou trots zijn als ik word opgeroepen om te vechten!” zei z’n vriend. Die keek hem streng aan zodat hij het ervaarde als een test.

“Ik wil Irina net ten huwelijk vragen. Als ik dan in het leger moet... Maar als het moet, moet het natuurlijk, en ja... trots... Maar ik trouw liever dan...’’

“Je kunt iets betekenen voor de kinderen die jullie later krijgen!”

Waarom was dit eigenlijk een vriend? En waarom raakte hij door diens zinnen verlamd? Hij durfde niets te zeggen, alleen maar mee te praten.

“Waarom dacht ik vroeger dat ik moedig was?”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden