Plus Column

Waarom vertrouw ik hem niet?

Thomas Acda Beeld Wolff

De charlatan. Je wilt niet cynisch zijn, wantrouwend. Man loopt mank, met stok, oude kleren, zo te zien een vluchteling. Zoals er duizenden in gammele bootjes Europa proberen te bereiken.

Hartverscheurende taferelen als paspoort voor een humane behandeling - hier heb je mijn kleingeld. Maar er klopt iets niet. Ik ben hem nu al een tijdje aan het bestuderen, onopvallend uiteraard. Als een undercoveragent. Soms zie ik hem mijn kant op kijken, maar hij kan me niet doorhebben.

Op de kade staan twee vrouwen te praten en hij strompelzwaait hun richting op. Te doelgericht? Zwakke prooi ontdekt? Dan kan ie nog van een koude kermis thuiskomen hier in Amsterdam. Maar waarom vertrouw ik hem niet? Mijn hele adresboek gilt al 'wat ben jij hardvochtig, zeg'.

Het zal wel, maar ja, ik vertrouw het niet. Over een kwartier moet ik op een afspraak binnen vijf minuten lopen zijn. Ik heb nog even. De onderbuik heeft de laatste tijd een slechte naam gekregen, en terecht, maar hij zit er nog wel gewoon. Ik besluit te observeren als een scenarioschrijver die een probleem in het script moet oplossen.

Ext. Handelskade. Day
Het is koud, helder weer. De camera volgt een mank lopende, in vodden geklede man langs de passagiersterminal en in beeld verschijnen twee vrouwen van voor de middelbare leeftijd (nooit je beoogde actrices van tevoren beledigen), een man met attachékoffer, dure schoenen en haast alsmede een fitte veertiger met opvallend gezond slanke oogopslag.

Ja, ik probeer mezelf een rol te geven. Op een betere manier dan een meisje van een castingbureau ooit deed.

'Dag, we zijn Erik of het klein insectenboek aan het casten en nou dachten we aan jou als dikke hommel.'

'Sorry?'

'Ja, we zijn echt heel enthousiast!'

De mankloper klampt de twee vrouwen aan. Met een verhaal, niet de klassieke handophouding. Hij probeert ze vast met woorden te bewegen tot schenken. De dames kijken om, de camera in. De man met de attachékoffer wordt aangesproken. Die heeft duidelijk haast maar luistert toch. Hij draait zich abrupt naar de camera en loopt er recht op af. Hij praat in de camera.

"Die dames vragen zich af waarom u die meneer zo in de gaten houdt."

Ho ho! Ik ben de camera, de kijker thuis!

"En of u daarmee op wilt houden!"

Hij loopt weg.

De camera zakt beschaamd naar de grond. Als het beeld weer omhoog komt, zien we de twee dames verder praten. De bedelaar, die misschien dan toch geen bedelaar is, strompelt verder. Dat hij gemeen glimlacht, kan van alles betekenen.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van 'de' Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden