Artikel Wit Beeld Oof Verschuren

‘Waarom staat er een enorme piemel op je sommenboek?’

Plus Roos Schlikker

Wat ze er nooit bij vertellen wanneer je kinderen aan hun schoolcarrière beginnen, is dat er voortdurend van alles mee naar huis wordt gesleept. Variërend van zelfgemaakte knutselwerken (“Aaaaah wat leuk schat, een gekleide olifant!” “Da’s een vis, dat zie je toch wel. Een hele dikke.”) tot bergen volgekriebelde schriften (“Waarom staat er een enorme piemel op de voorkant van je sommenboek getekend?” “Rekenen is piemel, mam, duh.”) tot mededelingen van de docent (ooit verzocht de kleuterjuf ons ouders in een uitroeptekenvol briefje of we voortaan wilden controleren of alle huisdieren zich nog binnenshuis bevonden. 

Een van de leerlingen had Japie in zijn jaszak meegesmokkeld. Waarna Japie vergeten werd. Tot de juf zich afvroeg waar die natte plek in het kleuterjackje van Morris vandaan kwam. Om met haar hand recht in de halfverrotte ingewanden van een goudvis te grijpen).

In den beginne wil je nog alles bewaren, maar na verloop van tijd belandt niet meer elke schoolmuizenis op het prikbord. Waar ik echter altijd een plekje voor vrijmaak, is het Zonnetje van de week. Wat een heerlijke gewoonte is dat. Elke week staat één kind in het middelpunt van de belangstelling. 

Alle anderen mogen een complimentje voor diegene opschrijven. Deze briefjes worden rond een pasfoto geplakt, als stralen van de zon. Het klinkt misschien zoetsappig en dat is het ook, maar ik ben van de beweging die vindt dat er te weinig wordt gecomplimenteerd.

Ja, sommige kinderen hebben tegenwoordig ouders die juichend de wave beginnen als het hartenlapje in staat is zijn eigen reetje schoon te vegen en dat is wat overdreven. Maar liever dat dan die snauwende voetbalvader die almaar tegen zijn zoontje roept dat ie uit zijn doppen moet kijken en er weer geen zak van bakt.

En wat te denken van de kritiek die kinderen van elkaar te verduren krijgen? “Nee, mam, ik wil dat shirt niet meer aan.” “Waarom niet?” “Omdat iedereen me uitlacht.” “Maar het is van Enzo Knol. Je hebt het van je eigen spaarcentjes gekocht.” “Enzo Knol is een sukkel. Dat zegt iedereen. Dus nu ben ik een sukkel.”

Geen wreder soort dan de kleine mens. Hoewel. De groten kunnen er ook wat van. Nu worden mijn kinderen op Twitter nog niet uitgemaakt voor aap met een stinkende paardenmuil vol smegma (echt gelezen), maar dat is, vrees ik, slechts een kwestie van tijd.

De vakantie komt traag en landerig tot zijn einde. Ik ruim schoolknutsels van vorig jaar op. IJslollystokjes plakken aan oefen-Cito-toetsen die ooit zo belangrijk waren. Een nieuw jaar wacht vol testmomenten. En niet alleen van de juf. We toetsen onszelf voortdurend aan de ander. Dat begint al jonger dan me lief is. Dus hang ik het zonnetje van afgelopen jaar op in de kamer van mijn jongste. Een antidote tegen verbaal venijn.

‘Ik fint dat je mooien ogen hebt.’ ‘Ik vint je hhhhhhheeel liev.’ ‘Je bent grapig.’

Wie wil deze zinnen nu niet elke dag lezen? Dat had ik zelfs Japie gegund.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden